Strafrecht overig
Plegen van ontucht met 8-jarige zoon en plegen van handelingen die bestaan uit seksueel binnendringen bij…
Hoge Raad, 3 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:810 · Hoge Raad · 3 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-810
Zaakgegevens
Op 3 juni 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juni 2025
- Datum publicatie
- 22 mei 2025
- Zaaknummer
- 23/04402
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:810
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plegen van ontucht met 8-jarige zoon en plegen van handelingen die bestaan uit seksueel binnendringen bij 11-jarige dochter, art. 244 (oud) Sr, art. 247 (oud) Sr en art. 248.2 (oud) Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof schakelbewijsconstructie hanteren waarbij verklaringen van zoon en dochter over en weer redengevend worden geacht? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk). Is strafmotivering onbegrijpelijk doordat hof heeft overwogen dat verdachte zich ‘gedurende langere periode’ heeft schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen, terwijl hof verdachte heeft vrijgesproken van het ‘meermaals plegen’ van die handelingen? 3. Kwalificatieklacht art. 244 (oud) Sr. Is sprake van seksueel binnendringen van het lichaam bij bewezenverklaring van wrijven over clitoris?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 maart 2025
ECLI:NL:PHR:2025:288Hoge Raad · 3 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:810
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04402
Datum 3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 oktober 2023, nummer 22-000738-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.