Strafrecht overig

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en doen van valse aangifte (art. 188 Sr). 1…

Hoge Raad, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
26 juni 2026
Zaaknummer
24/03737
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1078
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en doen van valse aangifte (art. 188 Sr). 1. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Kon hof oordelen dat verdachte bij valse aanvragen om coronasteun te verkrijgen zijn eigen DigiD-account heeft gebruikt? 2. Bewijsklacht doen van valse aangifte. Kon hof oordelen dat verdachte tijdens zijn aangifte heeft verklaard te zijn ‘gezakkenrold’?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 26 september 2024

    ECLI:NL:GHDHA:2024:2215
  2. Conclusie A-G · 26 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:534
  3. Hoge Raad · 7 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1078

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03737

Datum 7 juli 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 september 2024, nummer 22-003252-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.