Strafrecht overig

Medeplegen mensenhandel in de zin van arbeidsuitbuiting m.b.t. au-pairs uit Indonesië, meermalen gepleegd…

Hoge Raad, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
2 juli 2026
Zaaknummer
24/04186
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1149
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen mensenhandel in de zin van arbeidsuitbuiting m.b.t. au-pairs uit Indonesië, meermalen gepleegd (art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr). 1. Bewijsklachten wetenschap van “uitbuitingsmiddelen” en medeplegen. Was verdachte zich bewust van omstandigheid dat aangeefsters zich in kwetsbare positie bevonden en heeft hij daar misbruik van gemaakt? 2. Redelijke termijn in feitelijke aanleg en in eerdere cassatieronde. Heeft hof per instantie onderzocht of sprake is van overschrijding van redelijke termijn en heeft hof in zijn uitspraak aangegeven in welke vorm of mate de straf is verlaagd?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/04185. Vervolg op HR:2024:157.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 6 november 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:3061
  2. Conclusie A-G · 12 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:441
  3. Hoge Raad · 7 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1149

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04186

Datum 7 juli 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2024, nummer 23-000328-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte en de advocaat B.P.L. de Vries hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.