Strafrecht overig

Hennepteelt (meermalen gepleegd), art. 3.B Opiumwet. Bewijsklacht pleegperiode. Uitdrukkelijk onderbouwd…

Hoge Raad, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
6 juli 2026
Zaaknummer
25/01277
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1205
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hennepteelt (meermalen gepleegd), art. 3.B Opiumwet. Bewijsklacht pleegperiode. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat o.b.v. dossier slechts kan worden vastgesteld dat verdachte 1 keer hennep heeft geoogst zodat bewezenverklaarde periode moet worden ingekort, art. 359.2 Sv.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01146, 25/01148, 25/01197, 25/01199, 25/01275, 25/01279 P, 25/01288 en 25/01299 en met 25/01198 P, 25/01200 P en 25/01280 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 maart 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:896
  2. Conclusie A-G · 19 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:472
  3. Hoge Raad · 14 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1205

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/01277

Datum 14 juli 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, nummer 20-001774-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.