Strafrecht overig
Medeplichtigheid aan medeplegen poging tot uitlokking van moord door contact te leggen met huurmoordenaars…
Hoge Raad, 1 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1409 · Hoge Raad · 1 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1409
Zaakgegevens
Op 1 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 september 2026
- Datum publicatie
- 31 augustus 2026
- Zaaknummer
- 24/03864
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1409
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplichtigheid aan medeplegen poging tot uitlokking van moord door contact te leggen met huurmoordenaars (‘tattookillers’), art. 289 jo. 48, 47 en 46a Sr. Grondslagverlating. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door in het midden te laten of sprake is van medeplichtigheid aan medeplegen van 1 of 2 pogingen tot uitlokking van moord?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03938 en met 24/03971 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 15 oktober 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:2870Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juli 2026
ECLI:NL:PHR:2026:693Hoge Raad · 1 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1409
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03864
Datum 1 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 oktober 2024, nummer 23-003391-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.