Strafrecht overig
Economische zaak. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen opzettelijk op Nederlandse markt brengen van…
ECLI:NL:HR:2026:504 · Hoge Raad · 31 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-504
Zaakgegevens
Op 31 maart 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Datum publicatie
- 26 maart 2026
- Zaaknummer
- 23/01102
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:504
Samenvatting
Economische zaak. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen opzettelijk op Nederlandse markt brengen van niet-toegestane gewasbeschermingsmiddelen door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden), feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr). 1. Bewijsklachten overtreding art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Kon hof oordelen dat bij kwekerij inbeslaggenomen bruine papieren zak (met inhoud van 20 kilo) afkomstig is van (mede)verdachte, nu die blijkens factuur 15 kilo van product heeft geleverd? 2. Gebruik van analyseresultaten van monsters voor bewijs in het licht van recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. Verweer dat resultaten van onderzoek van bewijs moeten worden uitgesloten, omdat verdachte niet mogelijkheid heeft gehad om tegenonderzoek te laten verrichten, en dat gehanteerde meetmethode onvoldoende betrouwbaar is. 3. Bewijsklacht valsheid in geschrift. 4. Bewijsklacht medeplegen valsheid in geschrift. Verweer dat enkele mededeling van medeverdachte dat op zakken de tekst “Bitoxybacillin” stond, bewezenverklaring niet kan dragen.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01093 E en 23/01096 P.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 maart 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1077Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 december 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1318Hoge Raad · 31 maart 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:504
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01102 E
Datum 31 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 15 maart 2023, nummer 20-001122-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R.B. Milo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde taakstraf, en tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 90 uren beloopt, subsidiair 45 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.