Strafrecht overig
Zwaar lichamelijk letsel door schuld door zijn honden (pitbulls) onaangelijnd en zonder toezicht over straat…
Hoge Raad, 31 maart 2026
ECLI:NL:HR:2026:512 · Hoge Raad · 31 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-512
Zaakgegevens
Op 31 maart 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Datum publicatie
- 26 maart 2026
- Zaaknummer
- 24/03850
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:512
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zwaar lichamelijk letsel door schuld door zijn honden (pitbulls) onaangelijnd en zonder toezicht over straat te laten lopen, waarna deze aangever meermalen aanvallen en bijten, art. 308.1 Sr. 1. Beroep op bewijsuitsluiting, nu honden onrechtmatig in beslag zijn genomen, art. 359a Sv. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verklaring van getuige niet bruikbaar is voor bewijs, art. 359.2 Sv. 3. Ontbrekende bewijsmiddelen (art. 359.3 en 359.8 Sv) bij promis-werkwijze? 4. Bewijsklachten, art. 359.3 Sv. Heeft hof de bewezenverklaring doen steunen op verschillende bewijsmiddelen die elkaar steun bieden?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 januari 2026
ECLI:NL:PHR:2026:72Hoge Raad · 31 maart 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:512
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03850
Datum 31 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2024, nummer 21-000717-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. van Viegen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.