Strafrecht overig

OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. smaadschrift door een ander te presenteren als degene die op homo-datingsite…

Zaakgegevens

Op 14 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 april 2026
Datum publicatie
10 april 2026
Zaaknummer
24/03401
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:616
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. smaadschrift door een ander te presenteren als degene die op homo-datingsite een advertentie heeft geplaatst met seksuele inhoud, art. 261.2 Sr. Kon hof oordelen dat geen sprake is van “tll. van bepaald feit” a.b.i. art. 261 Sr?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 29 augustus 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:3612
  2. Conclusie A-G · 13 januari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:61
  3. Hoge Raad · 14 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:616

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03401

Datum 14 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2024, nummer 23-002758-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.