Strafrecht overig

Medeplegen diefstal van afzetcontainer met daarin hoeveelheid oud metaal, art. 311.1.4 Sr. Bewijsklacht. Kon…

Zaakgegevens

Op 21 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 april 2026
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
24/01606
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:671
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen diefstal van afzetcontainer met daarin hoeveelheid oud metaal, art. 311.1.4 Sr. Bewijsklacht. Kon hof o.b.v. bewijsmiddelen vaststellen dat verdachte de bestuurder was van bestelbus die op camerabeelden wordt gezien, dat hij bij container uitstapt en container aan vrachtwagen bevestigt, waarna door medeverdachte bestuurde vrachtwagen wegrijdt, gevolgd door verdachte in zijn bestelbus?

HR: art. 81 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 april 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:1263
  2. Conclusie A-G · 31 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:347
  3. Hoge Raad · 21 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:671

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01606

Datum 21 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 april 2024, nummer 20-000591-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.