Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Motivering schatting w.v.v. 1. Heeft hof w.v.v. bepaald zonder dat…

Zaakgegevens

Op 19 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 mei 2026
Datum publicatie
13 mei 2026
Zaaknummer
24/01937
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:757
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Motivering schatting w.v.v. 1. Heeft hof w.v.v. bepaald zonder dat verkrijging daarvan door betrokkene daadwerkelijk vaststaat? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat w.v.v. nihil dan wel aanzienlijk lager was i.v.m. lager aantal planten t.t.v. eerste oogst, slecht oogstresultaat en verdeling van voordeel met medepleger, art. 359.2 Sv.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:116
  2. Hoge Raad · 19 mei 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:757

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01937 P

Datum 19 mei 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 mei 2024, nummer 21-000674-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat J.O.A.N. de Vries bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.