Strafrecht overig

Mishandeling met voorbedachte raad bij zwembadfeest (art. 301.1 Sr). 1. Strafmotivering (taakstraf van 100…

Hoge Raad, 16 juni 2026

Zaakgegevens

Op 16 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 juni 2026
Datum publicatie
12 juni 2026
Zaaknummer
24/01063
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:940
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling met voorbedachte raad bij zwembadfeest (art. 301.1 Sr). 1. Strafmotivering (taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis) en redelijke termijn in hoger beroep. Mocht hof bij strafoplegging betrekken dat verdachte (na aangever te hebben mishandeld) aangever uit auto heeft gezet en hem, slechts gekleed in zijn zwembroek en zonder schoenen, aan zijn lot heeft overgelaten? Had hof overschrijding redelijke termijn in h.b. in mindering moeten brengen op onvoorwaardelijke taakstraf? 2. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:311
  2. Hoge Raad · 16 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:940

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01063

Datum 16 juni 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 maart 2024, nummer 21-005065-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf en de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2026.