Strafrecht overig
Procedure verzet tegen dwangbevel. Zekerheidstelling in cassatie.
Hoge Raad, 15 maart 1994
ECLI:NL:HR:1994:AJ6127 · Hoge Raad · 15 maart 1994
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-hr-1994-aj6127
Zaakgegevens
Op 15 maart 1994 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 maart 1994
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 330-93-V
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1994:AJ6127
Samenvatting
Procedure verzet tegen dwangbevel. Zekerheidstelling in cassatie.
Procesgang
Hoge Raad · 15 maart 1994deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1994:AJ6127
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 maart 1994
ECLI:NL:PHR:1994:AJ6127
Uitspraak
15 maart 1994
Strafkamer
Nr. 330-93-V
CJIB 1543444
AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen de beschikking van de Kantonrechter te ’s-Gravenhage van 2 augustus 1993 betreffende:
[betrokkene] , wonende te [woonplaats].
1. De beschikking van de Kantonrechter
De Kantonrechter heeft het verzet van [betrokkene] tegen de tenuitvoerlegging van een door de Officier van Justitie in het arrondissement Leeuwarden uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de Kantonrechter beroep in cassatie ingesteld.
De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd dat de beslissing van de Kantonrechter moet worden vernietigd en dat terugwijzing van de zaak moet volgen.
3. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.1.1. Naar luid van art. 26 WAHV kan degene aan wie een in deze wet geregelde administratieve sanctie is opgelegd binnen de aldaar genoemde termijn beroep in cassatie instellen tegen de beschikking van de kantonrechter waarbij op het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een uitgevaardigd dwangbevel is beslist. Eveneens volgens art. 26 WAHV is eerstbedoelde slechts ontvankelijk in zijn cassatieberoep na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten ter griffie van het kantongerecht dat de beschikking heeft gegeven. Voor het overige regelt noch de WAHV noch een andere wet iets ten aanzien van het cassatieberoep als hier bedoeld.
3.1.2. Redelijke toepassing van de hiervoren weergegeven bepalingen brengt mee dat aan een betrokkene, die niet tegelijk met het instellen van cassatieberoep zekerheid als evenbedoeld heeft gesteld, een termijn wordt gegund om te voldoen aan de verplichting om op wettelijk voorgeschreven wijze — derhalve ter griffie van het kantongerecht — zekerheid te stellen, alvorens de Hoge Raad bij het niet gesteld zijn van zekerheid ertoe overgaat de betrokkene in zijn cassatieberoep op die grond niet-ontvankelijk te verklaren.
3.1.3. De betrokkene dient daartoe aan de griffie van het kantongerecht te verzoeken hem op te geven tot welk (door de griffie aan de hand van de persoonsgegevens van de betrokkene, het op de zaak betrekking hebbende CJIB-nummer, het aan de betrokkene betekende dwangbevel en het exploit van betekening vast te stellen) bedrag hij zekerheid moet stellen, en dit bedrag aldaar te betalen. Voor zover de griffie daarover niet beschikt dient de betrokkene ter griffie die gegevens mede te delen en die documenten te tonen.
3.2. Te dezen is de Hoge Raad niet gebleken dat zekerheid is gesteld en wordt er daarom van uitgegaan dat dit niet is geschied. Derhalve is het vorenoverwogene hier van toepassing. De Hoge Raad geeft de betrokkene gelegenheid om alsnog zekerheid te stellen binnen dertig dagen na de datum van de uitspraak van deze beslissing, bij gebreke waarvan het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
Stelt [betrokkene] in de gelegenheid om binnen dertig dagen na onderstaande datum zekerheid te stellen ter griffie van het Kantongerecht te 's-Gravenhage op de hiervoren onder 3.1.3 voorgeschreven wijze.
Houdt iedere verdere uitspraak aan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp en Koster, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 1994.