Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot gekwalificeerde diefstal (inbraak in auto), art. 311.1.5 Sr…
ECLI:NL:HR:2024:592 · Hoge Raad · 16 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-592
Zaakgegevens
Op 16 april 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 april 2024
- Datum publicatie
- 12 april 2024
- Zaaknummer
- 23/01283
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:592
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot gekwalificeerde diefstal (inbraak in auto), art. 311.1.5 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof oordelen dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mailbericht van raadsvrouw, dat aan cassatieschriftuur is gehecht? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Aan cassatieschriftuur zijn gehecht (i) aan raadsvrouw gerichte dagvaarding van verdachte voor tz. in h.b. van 8-3-2023, en (ii) e-mailbericht van raadsvrouw van 1-3-2023 aan strafgriffie hof dat inhoudt “dat h.b. zich richt tegen hoogte van opgelegde straf, in het bijzonder tegen toegewezen vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling”. Aan cassatieschriftuur gehechte stukken bieden grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte vóór onderzoek ttz. in h.b. van 8-3-2023 schriftuur houdende grieven is ingediend. Oordeel hof dat verdachte n-o is o.g.v. art. 416.2 Sv, is niet begrijpelijk.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:429Hoge Raad · 16 april 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:592
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01283
Datum 16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 maart 2023, nummer 22-000765-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.P. Friperson, advocaat in 's–Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door het hof in het hoger beroep.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 tot en met 7.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.