Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling begaan tegen levensgezel (art. 300.1 jo. 304.1 Sr)…

Hoge Raad, 16 april 2024

Zaakgegevens

Op 16 april 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2024
Datum publicatie
15 april 2024
Zaaknummer
23/01152
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:608
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling begaan tegen levensgezel (art. 300.1 jo. 304.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van grievenformulier, dat aan akte instellen h.b. is gehecht? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan akte instellen h.b. is gehecht een “Grievenformulier Hoger Beroep” met datum en handtekening van advocaat, waarop is aangekruist “ik ben onschuldig” en “ik heb bezwaren tegen (hoogte van) opgelegde straf”. Oordeel hof dat verdachte n-o is o.g.v. art. 416.2 Sv, is niet begrijpelijk.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:431
  2. Hoge Raad · 16 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:608

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01152

Datum 16 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 maart 2023, nummer 23-000690-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. Windhorst, advocaat in ’s–Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door het hof in het hoger beroep.

2.2

Het cassatiemiddel is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.