Strafrecht overig

Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud)…

Hoge Raad, 2 december 2025

Zaakgegevens

Op 2 december 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
1 december 2025
Zaaknummer
23/02878
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1814
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer. Is sprake van ‘een onderzoek’ a.b.i. art. 8.5 WVW 1994? Kon hof oordelen dat is voldaan aan voorschrift dat bloedmonsters ‘zo spoedig mogelijk’ worden bezorgd bij laboratorium a.b.i. art. 13.1.d (oud) Besluit, nu tussen datum van bloedafname en moment van bezorging van bloed bij laboratorium 28 dagen zijn verstreken en hof zich bij zijn vaststellingen over wijze van bewaren van bloedmonsters op politiebureau en tijdens vervoer naar laboratorium heeft gebaseerd op p-v van opsporingsambtenaar en brief van onderzoeker van NFI met algemene werkwijze m.b.t. bewaren en vervoer van bloedmonsters?

HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Brief van onderzoeker van NFI betreft beschrijving van algemene werkwijze voor bewaren en vervoeren van bloedblokken, waaruit niet volgt dat werkwijze in dit geval daadwerkelijk is gehanteerd. Ook uit p-v van opsporingsambtenaar blijkt onvoldoende concreet op welke wijze bloedmonsters van verdachte zijn bewaard en vervoerd. Hof heeft zodoende geen concrete vaststellingen gedaan over wijze van bewaren van bloed en omstandigheden tijdens transport waartoe hof wel gehouden was bij zijn oordeel dat bezorging van bloedmonsters aan laboratorium ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden. Daarbij is mede van belang dat het gaat om tijdsverloop van 28 dagen tussen afname van bloed en ontvangst daarvan door laboratorium.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 10 juli 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:3006
  2. Conclusie A-G · 7 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1077
  3. Hoge Raad · 2 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1814

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02878

Datum 2 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 juli 2023, nummer 22-001150-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.L.A.M. Pluijmakers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring en keert zich in het bijzonder tegen het oordeel van het hof dat de resultaten van het bloedonderzoek voor het bewijs kunnen worden gebruikt omdat is voldaan aan het voorschrift dat de bloedmonsters ‘zo spoedig mogelijk’ worden bezorgd bij het laboratorium als bedoeld in artikel 13 lid 1, aanhef en onder d, (oud) van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.9.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.