Strafrecht overig

Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op diversie goederen onder derde n.a.v. Europees…

Hoge Raad, 11 februari 2025

Zaakgegevens

Op 11 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 februari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
24/00897
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:210
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op diversie goederen onder derde n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten. Heeft Rb bij beoordeling van klaagschrift juiste maatstaf aangelegd?

HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2023:1016. Samenhang met 24/00905 Br.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 januari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:36
  2. Hoge Raad · 11 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:210

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00897 Br

Datum 11 februari 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 maart 2024, nummer RK 23/018331, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.