Strafrecht overig
Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.2…
Hoge Raad, 6 oktober 2026
ECLI:NL:HR:2026:1622 · Hoge Raad · 6 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1622
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Datum publicatie
- 6 oktober 2026
- Zaaknummer
- 23/04688
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1622
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat aandeelhoudersverslag een vals geschrift is a.b.i. art. 225.1 Sr?
HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vastgesteld dat verdachte 2 maal per e-mail aan agentschap het aandeelhoudersverslag heeft toegestuurd. Hof heeft uit context van die e-mails afgeleid dat verdachte het document heeft verzonden om agentschap het gevraagde inzicht te verschaffen in uitvoering van fondsplan door B.V. Daarmee wijst hof onder andere op e-mail van verdachte waaruit volgt dat aandeelhoudersverslag door verdachte wordt opgestuurd als reactie op mededeling dat agentschap onvoldoende kon vaststellen dat door B.V. was voldaan aan haar verplichting tot volstorting van haar private aandeel. Hof heeft verder vastgesteld dat uit onderzoek naar voren is gekomen dat in aandeelhoudersverslag genoemde investeringen dan wel daarin genoemde participaties (nog) niet allemaal hadden plaatsgevonden. Deze vaststellingen, die in cassatie niet worden betwist, kunnen ‘s hofs oordeel dat aandeelhoudersverslag vals is en dat daarin vermelde informatie vals is, zelfstandig dragen. Aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel doet niet af hetgeen hof heeft overwogen over beoogd doel waarmee aandeelhoudersverslag door verdachte zou zijn opgesteld, in aanmerking genomen dat bewezenverklaring is toegesneden op art. 225.2 Sr en inhoudt dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het door BV opzettelijk gebruikmaken van vals geschrift.
Volgt verwerping. Samenhang met 23/04637.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 27 november 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2847Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:566Hoge Raad · 6 oktober 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1622
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04688
Datum 6 oktober 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 november 2023, nummer 23-004447-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.J.P. van Omme bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring onder 1 primair.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.
3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 720 uren, subsidiair 360 dagen hechtenis.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 695 uren beloopt, subsidiair 347 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2026.