Strafrecht overig

Herziening. Oplichting (art. 326 Sr) en huisvredebreuk (art. 138 Sr). Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht…

Zaakgegevens

Op 9 mei 2023 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 mei 2023
Datum publicatie
4 mei 2023
Zaaknummer
23/00278
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:685
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening. Oplichting (art. 326 Sr) en huisvredebreuk (art. 138 Sr). Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6 EVRM is geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid. HR: Op gronden vermeld in CAG is aanvraag gegrond. CAG: EHRM heeft geoordeeld dat in voorliggende zaak sprake is van schending van art. 6.1 en 6.3 EVRM en herziening is noodzakelijk met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM.

HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op HR:2019:768 (strafzaak).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 april 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:386
  2. Hoge Raad · 9 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:685

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 juli 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:2038

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00278 H

Datum 9 mei 2023

ARREST

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 oktober 2017, nummer 21-005790-16, ingediend door M. Berndsen, advocaat te Amsterdam,

namens

[aanvrager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de aanvrager.

1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het hof heeft de aanvrager veroordeeld voor 1. “oplichting” en 2. “in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen” tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.

2 De aanvraag tot herziening

2.1

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2

De aanvraag is gebaseerd op een naar aanleiding van een klacht van de aanvrager gedane uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 10 januari 2023, no. 61125/19, waarin is vastgesteld dat artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden in de procedure die tot de veroordeling heeft geleid. Deze uitspraak is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 8.

3 De conclusie van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, daarbij voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van 2 oktober 2017 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in de strafzaak van de aanvrager zal bevelen, en de zaak op de voet van artikel 472 lid 1 Sv, in verbinding met artikel 471 lid 1 Sv, zal verwijzen naar een ander gerechtshof, opdat de zaak opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

4 Beoordeling van de aanvraag

Op de door de advocaat-generaal in zijn conclusie onder 9-10.1 vermelde gronden is de aanvraag gegrond.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;

- beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van het gerechtshof;

- verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op de voet van artikel 472 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2023.