Strafrecht overig
Beklag, beslag op geldbedrag onder klager. Nadat Rb in de beklagprocedure het klaagschrift strekkende tot…
ECLI:NL:PHR:2017:1194 · Parket bij de Hoge Raad · 12 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-1194
Zaakgegevens
Op 12 september 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 september 2017
- Datum publicatie
- 30 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/04427
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1194
Samenvatting
Beklag, beslag op geldbedrag onder klager. Nadat Rb in de beklagprocedure het klaagschrift strekkende tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag aan klager ongegrond had verklaard, heeft Rb in de strafzaak tegen klager de teruggave van het geldbedrag aan klager gelast. De beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking, zodat klager n-o dient te worden verklaard in het cassatieberoep. In beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 september 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1194
Hoge Raad · 31 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2800Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/04427 B Zitting: 12 september 2017 |
Mr. G. Knigge Conclusie inzake: [klager] |
-
Het beroep in cassatie is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 juni 2016, waarbij een namens de klager ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem inbeslaggenomen geldbedrag van € 17.100,-, ongegrond is verklaard.
-
Namens de klager is beroep in cassatie ingesteld. Mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.
-
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.1. Eerst besteed ik aandacht aan de vraag of de klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
3.2. Uit door mijn medewerker ingewonnen informatie bij de strafgriffie van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, blijkt dat de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, in de strafzaak tegen de klager op 19 juli 2017 vonnis heeft gewezen (parketnummer 05/880111-16). De klager is -kort gezegd- vrijgesproken van het hem tenlastegelegde witwassen en voorts is de teruggave aan hem gelast van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 17.100,-. Tegen voornoemde uitspraak is blijkens een uitdraai uit het SAS-systeem van 8 augustus 2017 geen hoger beroep ingesteld. Dit brengt mee dat de vrijspraak in de strafzaak tegen de klager onherroepelijk is geworden.
3.3. In o.m. HR 8 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8989 verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat de rechtbank, evenals in de onderhavige zaak het geval is, tussentijds in de strafzaak vonnis had gewezen en daarin de bewaring had gelast van het inbeslaggenomene ten behoeve van de rechthebbende. Daardoor kon op het bestaande klaagschrift geen andersluidende beslissing meer volgen dan de ongegrondverklaring van het beklag. Dat betekende dat de klager niet in zijn cassatieberoep kon worden ontvangen.
3.4. Ook in het onderhavige geval heeft te gelden dat er geen plaats is om het beklag gegrond te verklaren, nu de rechtbank in de strafzaak een beslissing heeft gegeven over het inbeslaggenomen geldbedrag. De op het klaagschrift gegeven beslissing is immers naar haar aard een voorlopige beslissing, die gegeven wordt in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Daar komt bij dat de klager, die teruggave heeft verzocht van het geldbedrag ten aanzien waarvan inmiddels bij voormeld vonnis is beslist dat het aan hem teruggegeven moet worden, ook om die reden geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 juni 2016. De klager kan in het onderhavige cassatieberoep niet worden ontvangen. Het middel blijft derhalve buiten bespreking.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG