Strafrecht overig
Medeplegen van witwassen door uit (eigen) misdrijf afkomstig, op bankrekening ontvangen kinderopvangtoeslag…
ECLI:NL:PHR:2017:344 · Parket bij de Hoge Raad · 21 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-344
Zaakgegevens
Op 21 maart 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 maart 2017
- Datum publicatie
- 16 mei 2017
- Zaaknummer
- 15/04453
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:344
Samenvatting
Medeplegen van witwassen door uit (eigen) misdrijf afkomstig, op bankrekening ontvangen kinderopvangtoeslag aan vraagouders en gastouders over te maken, art. 420bis.1.b Sr. Middel over kwalificatie als witwassen. Bijzonder geval waarin “overdragen” gelijk gesteld moet worden met “verwerven” of “voorhanden hebben”? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/04449 P, 15/04654 P en 15/04655.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:344
Hoge Raad · 16 mei 2017
ECLI:NL:HR:2017:892Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/04453 Zitting: 21 maart 2017 |
Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 17 september 2015 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1 primair en 2 telkens “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en 3 “medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 15/04449P, 15/04654P en 15/04655. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
-
Namens de verdachte heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel klaagt met een beroep op HR 25 maart 2014, NJ 2014/303 m.nt. Keijzer dat het hof het onder 3 bewezenverklaarde ten onrechte als “witwassen” heeft gekwalificeerd.
-
Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat hij:
“op tijdstippen gelegen in de periode van 20 mei 2010 tot en met 9 september 2010 te Den Haag tezamen en in vereniging met een ander geldbedragen heeft overgedragen, zulks terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat bovenomschreven geldbedragen geheel onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.”
6. De rechtspraak waarop de steller van het middel ongetwijfeld het oog heeft, betreft het geval dat de verdachte voorwerpen heeft verworven of voorhanden heeft gehad, terwijl aannemelijk is dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan (“eigen”) misdrijf. Zij heeft in beginsel geen betrekking op een geval als het onderhavige waarin is bewezenverklaard het overdragen in de betekenis die ingevolge art. 420bis Sr aan die begrippen toekomt, van voorwerpen.Dat wordt pas anders indien geoordeeld moet worden dat het overdragen van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft zich automatisch ook schuldig zou maken aan het (schuld)witwassen van die voorwerpen. Ratio achter deze nadere nuancering van de Hoge Raad is dat voorkomen moet worden dat de desbetreffende regels worden omzeild enkel door het tenlasteleggen en/of bewezenverklaren van een andere delictsgedraging dan verwerven of voorhanden hebben.
7. Het door de Hoge Raad bedoelde bijzonder geval doet zich hier echter niet voor. Gelet op de vaststellingen van het hof heeft de verdachte de geldbedragen niet enkel verworven en voorhanden gekregen, maar heeft hij deze bedragen later in de tijd weer overgedragen aan anderen.
8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG