Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 18 april 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2017
Datum publicatie
18 augustus 2017
Zaaknummer
16/04646
ECLI
ECLI:NL:PHR:2017:778
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 april 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2017:778

  2. Hoge Raad · 13 juni 2017

    ECLI:NL:HR:2017:2172

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 16/04646 P

Zitting: 18 april 2017

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[betrokkene]

  1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 10 september 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van het bedrag van € 1.325,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 16/04647. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Ingevolge de artikelen 437 lid 2 juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de betrokkene niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

  4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG