Strafrecht overig

Beklag ex art. 552a Sv gericht tegen de inbeslagneming van voorwerpen ingevolge een verzoek tot rechtshulp…

Zaakgegevens

Op 12 mei 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
12 mei 2020
Datum publicatie
22 juni 2020
Zaaknummer
14/00624
ECLI
ECLI:NL:PHR:2020:634
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag ex art. 552a Sv gericht tegen de inbeslagneming van voorwerpen ingevolge een verzoek tot rechtshulp van de Duitse autoriteiten. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 14/00625.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2020:634

  2. Hoge Raad · 23 juni 2020

    ECLI:NL:HR:2020:1102

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 14/00624 B

Zitting 12 mei 2020

CONCLUSIE

A.E. Harteveld

In de zaak

[klager],

geboren op [geboortedatum] 1978,

hierna: de klager.

  1. De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 31 december 2013 het beklag, strekkende tot opheffing van het beslag op de voorwerpen in beslag genomen ingevolge een rechtshulpverzoek van de Duitse autoriteiten, ongegrond verklaard.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 14/00625B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Namens de klager is geen schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) ingediend. Nu niet is voldaan aan de verplichting om binnen de in de wet bepaalde termijn een schriftuur met cassatiemiddelen bij de Hoge Raad in te dienen kan de Hoge Raad het beroep van de klager niet in behandeling nemen (art. 447 lid 5 Sv).

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG