Strafrecht overig

Conclusie AG. Medeplegen opzettelijk handelen in strijd met artikel 3.A OW, terwijl het feit betrekking heeft…

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
30 juli 2026
Zaaknummer
24/02883
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:752
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Medeplegen opzettelijk handelen in strijd met artikel 3.A OW, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid en medeplegen witwassen (art. 420bis Sr). 1. Wetenschap buitenlandse herkomst hennep. 2. Kwalificatie witwassen, eigen misdrijf? De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 juli 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:2557
  2. Conclusie A-G · 7 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2026:752

  3. Hoge Raad · 18 augustus 2026

    ECLI:NL:HR:2026:1348

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/02883

Zitting 7 juli 2026

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte

  1. De verdachte is bij arrest van 17 juli 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (parketnr. 20-001296-23) wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ en 2. ‘medeplegen van witwassen’ veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Het hof heeft voorts twee geldbedragen verbeurd verklaard.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht , heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.

  3. Het eerste middel betreft de bewijsvoering van het onder feit 1 bewezenverklaarde, het tweede middel betreft de kwalificatie van het onder feit 2 bewezenverklaarde. Voordat ik deze middelen bespreek, geef ik de bewezenverklaring en de bewijsvoering van beide feiten weer.

Bewezenverklaring en bewijsvoering

4. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

‘1. hij omstreeks 19 juli 2021 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (als bedoeld in artikel 1, lid 4, van de Opiumwet), ongeveer 125 kilogram hennep, een (grote) hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11, lid 5, van de Opiumwet juncto artikel 1, lid 2, van het Opiumwetbesluit, zijnde hennep een middel als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2. hij in de periode van 6 juli 2021 tot en met 21 juli 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een voorwerp (te weten geld, € 120.250,-) heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij en de medeverdachten wisten dat dit voorwerp – onmiddellijk of middellijk – (mede) afkomstig was uit enig misdrijf.’

5. De bewezenverklaring van deze beide feiten steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen):

‘1. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

Middels camerabeelden werd goed zicht verkregen op de loods gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] .

Op maandag 19 juli 2021 werd het volgende waargenomen:

03.29

uur:

Bij het pand stopt een bestelwagen, merk Volkswagen, type Transporter, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Deze auto wordt herkend als het voertuig dat in gebruik is bij de verdachte [medeverdachte 1] . Vanaf de bijrijderszijde stapt een persoon uit die vermoedelijk via de zijdeur de loods betreedt. Vervolgens wordt van binnenuit de grote poort, aan de voorzijde van de loods, geopend. De bestelbus wordt de loods ingereden. De poort bleef tot aan de latere politie-interventie geopend. Te zien is vervolgens dat er op meerdere momenten in die loods twee personen in beeld komen. Een van die personen wordt herkend als de verdachte [medeverdachte 1] . De tweede persoon blijkt een blanke jongeman van rond de 21 jaar. Deze persoon werd op dat moment nog niet herkend. Echter bleek later dit de verdachte [medeverdachte 2] te zijn. Opvallend is dat beide personen ergens op lijken te wachten. Ze hebben nagenoeg continue in de deuropening van de grote rolpoort gestaan en kijken hierbij naar de weg waarbij het erop lijkt dat ze naar het naderend verkeer staan te kijken.

04.45

uur:

Bij het pand stopt een bestelbus/vrachtwagen, merk Mercedes Sprinter, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Dit voertuig wordt herkend als het voertuig in gebruik bij de verdachte [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]). Deze auto rijdt via de geopende poort naar binnen en stopt binnen. Er stapt een man uit die wordt herkend als de verdachte [verdachte] . De drie aanwezigen blijven in de deuropening van de poort staan waarbij ze gedrieën naar de weg kijken en waarbij het er sterk op lijkt dat de verdachten ergens op staan te wachten.

06.22

uur:

De verdachte [verdachte] stapt in zijn voertuig ( [kenteken 2] ). Verdachte rijdt weg vanaf de locatie en komt niet meer terug. De verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijven achter in de loods. Ze verschijnen vaker in de deuropening van de grote poort en kijken daarbij naar de weg.

08.54

uur:

Een vrachtwagen met aanhanger rijdt het terrein op. Deze vrachtwagen rijdt vanaf de rolpoort het bedrijfsterrein op, rijdt direct naar links en steekt vervolgens achteruit naar de geopende rolpoort. Te zien is dat er kennelijk twee mannen uit die vrachtwagen komen. Zij openen de achterdeur van de aanhangwagen. Vervolgens is te zien dat een heftruck die wordt bestuurd door de verdachte [medeverdachte 2] naar buiten komt rijden. In totaal worden drie pallets uit de vrachtwagen gehaald. Te zien is dat op deze pallets witte langwerpige dozen zijn gestapeld. Deze pallets worden de loods ingereden. Nadat de drie pallets zijn gelost worden de deuren van de vrachtwagen gesloten en verlaat deze het terrein.

Gezien de informatie in het afscherm proces-verbaal is op dat moment het besluit genomen een interventie in te zetten. In de loods werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangehouden.

2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Op 19 juli 2021 omstreeks 09.20 uur betrad ik verbalisant, in het bijzijn van de mij vergezellende opsporingsambtenaren, een loods aan de [a-straat 1] te [plaats] . Kort daarvoor was waargenomen dat een vrachtwagencombinatie bestaande uit een trekker en aanhangwagen voorzien van het Spaanse kenteken [kenteken 3] en het opschrift [A] , 3 pallets met witte dozen vanuit de aanhangwagen gelost had, welke met een heftruck in voornoemde loods werden gereden. Kort na het betreden van de loods werden genoemde pallets met dozen in de loods aangetroffen, waarbij 1 pallet nog op de heftruck stond. Ik zag dat om elke pallet een wit plastic net was aangebracht, kennelijk om te voorkomen dat de dozen van de pallet konden vallen. Ik zag dat van de meest linker pallet reeds een deel van het plastic net verwijderd was en op de grond naast de pallet lag. Ik zag dat op elke pallet 36 witte dozen opgestapeld stonden.

Na opening van de doorzoeking werden de dozen van de pallets geladen en onderzocht. De dozen werden allen afzonderlijk genummerd. Na opening van de dozen bleek dat alle dozen voorzien waren van snijbloemen. Bij het openen van de dozen, bleken 62 van de 108 dozen gevuld te zijn met pakketten met zwarte zogenaamde "strijkzakken". Na opening waren in de zwarte “strijkzakken” elk 2 afzonderlijk in doorzichtige plastic verpakte pakketten zichtbaar inhoudende een groene op hennep gelijkende substantie. Ik rook eveneens de mij ambtshalve bekende geur van hennep.

3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Ik ben gisteren vanuit Brivieska in Spanje vertrokken. Ik ben vrachtwagenchauffeur. De reis is van Sipiona, hier wordt de vrachtwagen geladen, tot aan Brivieska ongeveer 10 uur rijden. (...) Ik ben gisteren vanuit Brivieska op de vrachtwagen gestapt als extra chauffeur.

(...)

Vraag verbalisanten: Van wie krijgt u de opdracht?

Antwoord verdachte: Vanuit [plaats] , vanuit het bedrijf waar ik in dienst ben. Dit bedrijf heet [A] .

(…)

Vraag verbalisanten: De lading, die is in Spanje al opgeladen. Klopt dit?

Antwoord verdachte: Ja.

Vraag verbalisanten: Is de eerste afleverlocatie [plaats] ?

A: Ja.

4. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 21 juli 2021 met bijlage (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :

Door de afdeling regionale recherche werd op 19 juli 2021 in een loods gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] in totaal 62 in zwart plastic gesealde pakketten aangetroffen, met als inhoud vermoedelijk henneptoppen. Uit iedere pallet werden ons 5 pakketten ter beschikking gesteld, die door ons werden onderzocht.

Gewicht per pakket:

Het brutogewicht betrof 2,35 kilo.

Het nettogewicht betrof 2 kilo.

Door ons werden alle 15 pakketten onderzocht. Wij zagen gelet op onze ervaringen in deze, dat ieder pakket als inhoud had groenkleurige plantdelen zijnde toppen van hennepplanten. Ambtshalve herkenden wij deze als hennep gelet op de specifieke geur, kleur en samenstelling van de groenkleurige plantdelen.

5. Het stamproces-verbaal d.d. 22 september 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] :

(pagina’s 7-8)

Op 19 juli 2021 werd (...) binnengetreden in de loods / het bedrijfspand [a-straat 1] te [plaats] . In deze loods werden kort daarvoor 3 pallets met goederen afgeleverd, waarin een aanzienlijke partij softdrugs / hennep werd aangetroffen.

In totaal [werd] 124 kilogram hennep in gesealde pakketten aangetroffen en in beslaggenomen.

(pagina 18)

[b-straat 1] te [plaats] - woning verdachte [verdachte]

De woning [b-straat 1] te [plaats] betreft het GBA woonadres van verdachte [verdachte] . (...) Op 19 juli 2021, omstreeks 12.04 uur, werd (...) een doorzoeking ter inbeslagneming verricht in de woning [b-straat 1] te [plaats] .

Op 19 juli 2021, omstreeks 12.00 uur, bevond de opsporingsambtenaar [verbalisant 9] zich op de openbare weg aan de [b-straat] te [plaats] . Aldaar kwam een kleine vrachtauto met kenteken [kenteken 2] aangereden, die daar tot stilstand kwam ter hoogte van perceel [1] . De inzittende bleek verdachte [verdachte] . Hierna werd verdachte [verdachte] (...) aangehouden buiten heterdaad.

6. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 september 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :

Op 19 juli 2021 te 12:55 uur werd de woning gelegen aan de [c-straat 1] te [plaats] (het hof begrijpt: de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1]) ter inbeslagneming binnengetreden. Er werden onder andere 2 digitale gegevensdragers aangetroffen en in beslaggenomen. Een van deze goederen betrof een mobiele telefoon van het merk Apple, type iPhone 7. Deze mobiele telefoon werd bij de inbeslagname voorzien van het unieke Sporen Identificatie Nummer (SIN) AAMP2159NL.

Contacten:

[naam 1] [telefoonnummer 1]

[naam 2] [telefoonnummer 2]

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 16-7-2021 21:06:49 (UTC+2)

Kun je morgen iets voor me doen

[naam 3]

Timestamp: 16-7-2021 21:07:03 (UTC+2)

Ja zeg maar

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 16-7-2021 21:08:16 (UTC+2)

Er komt je iemand wat papieren brengen kun je die paar dagen bewaren voor me

[naam 3]

Timestamp: 16-7-2021 21:08:46 (UTC+2)

Ja is geen probleem

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 16-7-2021 21:09:06 (UTC+2)

Zal ik hem bij praxis laten Komen?

[naam 3]

Timestamp: 16-7-2021 21:09:21 (UTC+2)

Ja hoe laat

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 16-7-2021 21:10:41 (UTC+2)

15:00 oke?

[naam 3]

Timestamp: 16-7-2021 21:11:00 (UTC+2)

Maak maar afspraak ik kan de heele dag

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 16-7-2021 21:11:10 (UTC+2)

Oké stuur me ff token aub

[naam 3]

Timestamp: 16-7-2021 21:13:16(UTC+2)

Attachments:

[bestand 1]

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 13:23:40 (UTC+2)

Ok laat je zo nog weten wat voor auto komt

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 14:39:27 (UTC+2)

Hij is er al

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 14:39:30 (UTC+2)

Ok ik ga nu

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 14:39:41 (UTC+2)

Vergeet de token niet

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 14:40:51 (UTC+2)

Zwarte Renault

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 14:43:30(UTC+2)

Ik ben er

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-202114:44:14 (UTC+2)

Stuur foto van waar je staat

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 14:45:25 (UTC+2)

Tegen over gamma pakeerplaats praksis bij ingang pakeerplaats

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 14:48:30 (UTC+2)

Is geroggeld

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 14:49:37 (UTC+2)

Heb je Tel machine?

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 14:50:03 (UTC+2)

Ja

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 14:50:31 (UTC+2)

Kun je ff natellen aub moet 124,200 zijn

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 15:30:30 (UTC+2)

[naam 2] komt t rond 17.30 bij je ophalen

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 15:44:49 (UTC+2)

Lukt t met tellen?

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 16:10:50 (UTC+2)

Ben beezig

[naam 3]

Timestamp: 17-7-202116:21:31(UTC+2)

123.85

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 16:23:23(UTC+2)

350 tekort Dus

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 16:23:49(UTC+2)

[naam 2] komt die zo halen

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-202116:24:50(UTC+2)

Pak er 2300 vanaf voor jezelf

[telefoonnummer 1] [naam 1]

Timestamp: 17-7-2021 16:25:30(UTC+2)

2000 voor maandag 300 voor vandaag

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 16:25:51 (UTC+2)

Oke

[naam 4]

Timestamp: 16-7-2021 12:33:00 (UTC+2)

Moet weten of maandag gewerkt moet worden

[naam 4]

Timestamp: 16-7-2021 12:33:06 (UTC+2)

Ik dacht van wel

[naam 3]

Timestamp: 16-7-2021 12:33:16 (UTC+2)

ik dacht ook

[naam 4]

Timestamp: 17-7-2021 16:07:51(UTC+2)

Er zou 124 k bij jou liggen

[naam 4]

Timestamp: 17-7-2021 16:08:05(UTC+2)

Zou ik komen ophalen

[naam 3]

Timestamp: 17-7-2021 16:08:35(UTC+2)

Ik ben nog aant tellen

7. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 10] :

Op 19 juli 2021 vond een doorzoeking ter inbeslagname in het kader van de Opiumwet plaats in het bedrijfspand [a-straat 1] te [plaats] . In deze loods stond een niet afgesloten bestelbus, merk Volkswagen, type Transporter, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . In een opbergvakje van het bestuurdersportier lag onder andere een sleutelbos met daaraan drie sleutels (...).

Op genoemde datum en in het kader van hetzelfde strafrechtelijk onderzoek vond er een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in de bedrijfspand gelegen aan de [d-straat 1] te [plaats] . Ik, [verbalisant 10] , nam de hierboven omschreven sleutelbos mee van de locatie [a-straat 1] te [plaats] naar de locatie [d-straat 1] te [plaats] . Aldaar aangekomen paste ik de sleutels van de omschreven sleutelbos op het slot van de toegangspoort van de [d-straat] . Ik voelde dat één van deze sleutels paste en ik hiermee het slot van de toegangspoort kon openen. Vervolgens paste ik de sleutels van de omschreven sleutelbos op de blauwe toegangsdeur links langs de roldeur aan de voorzijde van het bedrijfspand. Ik voelde dat één van deze sleutels paste en ik hiermee het slot van de toegangsdeur kon openen.

8. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 augustus 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 11] :

Op 19 juli 2021 te 09.20 uur werd de loods gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] ter inbeslagneming binnengetreden. Tijdens de doorzoeking in deze loods werd daar onder andere een Volkswagen Combi voorzien van kentekennummer [kenteken 1] aangetroffen. Bij verder onderzoek van dit voertuig werd in de midden console van het dashboard een digitale gegevensdrager aangetroffen en in beslaggenomen. Het betrof een mobiele telefoon van het merk Apple, type iPhone 8. (...) Na de inbeslagname werd het mobiele telefoon (...) geautomatiseerd uitgelezen. (...) Uit de bevraging van de RDW-register bleek dat het voertuig Volkswagen Combi voorzien met kenteken [kenteken 1] was afgegeven aan de verdachte [medeverdachte 1] . (...)

Algemene informatie van de mobiele telefoon:

Merk: Apple

Type: iPhone 8

Naam telefoon: iPhone van [medeverdachte 1]

(...)

Op de genoemde telefoon zijn diverse foto’s aangetroffen o.a. van [het identiteitsbewijs] van [medeverdachte 1] , [geboortedatum] 1973 (...).

Oproepgeschiedenis:

Ik zie dat er op de dag van de doorzoeking 19 juli 2021 om 07.06.24 uur een inkomend gesprek plaats heeft gevonden van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] en om 09.06.07 uur een uitgaand gesprek plaats heeft gevonden naar het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Ik zie dat beide gesprekken als status "Answered" hebben. Het telefoonnummer [telefoonnummer 4] staat bij de contacten opgeslagen onder de naam " [naam 5] ". (...)

In dit onderzoek werd tevens aangehouden medeverdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1965. (...)

Uit bovenstaande gegevens kan worden gesteld dat het toestel iPhone 8 (...) en bijbehorend telefoonnummer [telefoonnummer 3] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 1] . Het is aannemelijk dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] van “ [naam 5] ” in gebruik is bij verdachte [verdachte] .

9. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :

Op 19 juli 2021, omstreeks 10.44 uur, werd door mij, verbalisant [verbalisant 12] , en 8 medewerkers van de politie voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in een bedrijfspand, [d-straat 1] , [plaats] .

Op de locatie [a-straat 1] te [plaats] , waar op dat moment ook een doorzoeking ter inbeslagneming werd gehouden, werden enkele sleutelbossen aangetroffen. Met behulp van sleutels aan een van deze sleutelbossen werd het slot van de toegangspoort naar het terrein geopend. Aan de voorzijde van het bedrijfspand zag ik een rolluik, een rolpoort en een loopdeur. Aan de rechterzijde van het pand zag ik eveneens een loopdeur. Beide loopdeuren waren van metaal en de deur aan de voorzijde was tevens afgesloten met een extra metalen balk. Het hangslot waarmee deze metalen balk was afgesloten, kon ook worden geopend met een van de sleutels aan de sleutelbos. (...)

De doorzoeking in het bedrijfspand werd door mij, verbalisant [verbalisant 12] , als hulpofficier van justitie geopend op maandag, 19 juli 2021, omstreeks 10.50 uur, en gesloten op maandag 19 juli 2021, omstreeks 13.02 uur

Ik zag dat er geen personen waren in het bedrijfspand. (...) In het bedrijfspand (...) stonden in de ruimte houten bakken op pallets. Een deel daarvan was leeg en een deel daarvan was gevuld met losse auto-onderdelen. Verder werd de ruimte als opslag gebruikt. Er lag verder onder andere een kapotte doos met daarin een aantal nieuwe bigshoppers en dozen met nieuwe sealbags.

Door [verbalisant 14] werd met zijn verdovende middelen hond [naam 6] het bedrijfspand nader onderzocht. Hierbij reageerde de speurhond op een machine met daarin lege gebruikte plastic zakken. Kennelijk waren deze plastic zakken eerder gebruikt voor het verpakken van verdovende middelen. Ook reageerde de hond op een doos, welke boven een rek stond. In die doos zaten enkele auto-onderdelen en handschoenen. Mogelijk dat de speurhond reageerde op de handschoenen die kennelijk gebruikt waren bij/voor verdovende middelen.

10. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 10] :

Op 19 juli 2021 vond een doorzoeking ter inbeslagname in het kader van de Opiumwet plaats in het bedrijfspand [d-straat 1] te [plaats] . Bij deze doorzoeking werd gebruik gemaakt van een gecertificeerde speurhond verdovende middelen [naam 6] en zijn speurhondengeleider de opsporingsambtenaar [verbalisant 14] .

[verbalisant 14] verklaarde dat [naam 6] had getekend bij een in de loods staande straalmachine. (...)

Hierop bekeek ik deze machine. Ik zag dat in deze machine diverse zwarte en doorzichtige sealzakken lagen. Ik zag dat deze zakken dicht geseald en weer open geknipt waren. Het waren gebruikte zakken. Ik zag dat in zeker één van deze doorzichtige zakken groen plantaardig restmateriaal zat. Ik rook dat de inhoud van deze zak riekte naar de mij ambtshalve bekende geur van hennep.

11. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 augustus 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :

Op 10 augustus 2021 heb ik onderzoek verricht aan het inbeslaggenomen goed, zijnde een plastic doorzichtig zakje met daarin groenkleurige plantdelen. Het plastic zakje was voorzien van het nummer: SIN AANZ 1027NL

Uitslag onderzoek:

Betreft groenkleurige plantdelen, zijnde toppen van hennepplanten. Ambtshalve herkende ik deze als hennep, gelet op de specifieke geur, kleur en samenstelling van de groenkleurige plantdelen.

12. Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 10 augustus 2021 (…) met fotobijlage, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 13] ;

Op 10 augustus 2021 ontving ik uit handen van [betrokkene 1] een kleine hoeveelheid, qua kleur en samenstelling, op hasjiesj gelijkende stof

Bij een door mij gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof, voorzien van SIN-nummers: AANZ1026NL en AANZ1025NL, positief reageerde op de aanwezigheid van: hasjiesj.

13. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] en [verbalisant 2] :

In het kader van het onderzoek LBRAA21010 (Sukerbole) werden op 19 juli 2021 op meerdere locaties doorzoekingen ter inbeslagneming gehouden. Wij, verbalisanten, waren beiden als hulpofficier van justitie aanwezig op 2 van deze locaties. Tijdens deze doorzoekingen zagen wij het volgende:

Locatie [a-straat 1] te [plaats]

Aan deze locatie was ik, verbalisant [verbalisant 2] , werkzaam. Tijdens de doorzoeking zag ik, [verbalisant 2] , in de loods een plastic bigshopper op de grond staan, naast een blauwe container die ook in die loods stond opgesteld. Ik, [verbalisant 2] , zag dat IN deze bigshopper meerdere van dezelfde bigshoppers lagen. Deze bigshoppers waren allen groen/blauw/geel van kleur. (...)

Locatie [d-straat 1] [plaats]

Aan deze locatie was ik, verbalisant [verbalisant 12] , werkzaam. Tijdens de doorzoeking zag ik een kapotte doos met daarin nieuwe bigshoppers in de kleuren groen/blauw/geel. (...)

Bevindingen observatie door middel van videocamera

In het kader van onderzoek naar de bewegingen aan de [d-straat 1] te [plaats] werd door de afdeling Observatie en Techniek een cameraopstelling geplaatst met zicht op de toegangspoort naar het terrein van de bedrijfsloods aan de [d-straat 1] te [plaats] .

Uit analyse van de beelden bleek dat op 18 juli 2021 om 10.44.00 uur een Mercedes bedrijfsauto met kenteken [kenteken 4] stopte voor het pand op de openbare weg. Het kenteken [kenteken 4] staat op naam van [betrokkene 2] , geboren [geboortedatum] 1994, [b-straat 1] , [plaats] . Ik, verbalisant [verbalisant 2] , herkende als bestuurder: [verdachte] , geboortedatum [geboortedatum] 1965, woonadres: [b-straat 1] , [plaats] .

Wij, verbalisanten zagen op de beelden dat [verdachte] de toegangspoort met een sleutel opende en in de richting van de loods liep. (...) Na ongeveer 4 minuten kwam [verdachte] weer uit de richting van de loods en sloot de poort achter zich. Met een sleutel werd de poort afgesloten. Wij zagen dat [verdachte] een bigshopper in zijn linkerhand had. Gezien de vorm van de bigshopper was deze gevuld. (...)

Wij zagen dat [verdachte] alleen aan de linkerhand een blauwe handschoen droeg. Dat was opmerkelijk, aangezien [verdachte] zonder handschoenen aan zijn handen in de richting van het pand liep. Wij zagen dat [verdachte] de bigshopper aan de bijrijderszijde in de Mercedes met kenteken [kenteken 4] legde. (...)

Wij zagen dat [verdachte] daarna achter op de laadbak stapte, waarna hij aan de andere kant zonder handschoen weer afstapte en vervolgens als bestuurder van dit voertuig van de locatie vertrok om 10.50.45 uur

Vergelijking bigshoppers

Wij, verbalisanten, zagen dat de bigshoppers aan de locatie [a-straat 1] te [plaats] en de [d-straat 1] te [plaats] , tijdens de doorzoekingen op 19 juli 2021 dezelfde uiterlijke kenmerken hadden als de bigshopper die [verdachte] in de hand had op 18 juli 2021.

14. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 16] :

Op I9 juli 2021 vond er in de woning [b-straat 1] te [plaats] een doorzoeking ter inbeslagneming plaats. Tijdens deze doorzoeking werden twee partijen contant geld aangetroffen en inbeslaggenomen.

Het bedrag dat in de woonkamer werd aangetroffen betrof € 39.000,00.

Het bedrag dat in de kelder werd aangetroffen betrof € 81.250,00.

15. Een kennisgeving van inbeslagneming, artikel 94 en 94a Wetboek van Strafvordering, (…), voor zover inhoudende:

Inbeslagname:

Adres: [b-straat 1]

Postcode en plaats: [...]

Datum en tijd: 20-07-2021 (het hof begrijpt: 19 juli 2021) te 12.20 uur

Omstandigheden: aangetroffen bij verdachte bij binnenkomst woning

Beslagene:

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [...]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1965

Volgnummer:

SIN: AALB5277NL

Object: ICT / Telecommunicatie

Merk/type: Samsung

Bijzonderheden: 1 GSM Samsung, kleur zwart

16. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juli 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] :

Op 19 juli 2021, vond er een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in de woning gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] .

Dit perceel betreft het woonadres van de verdachte:

[verdachte]

Geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats]

Tijdens deze aanhouding van voornoemde verdachte [verdachte] droeg deze 2 smartphones bij zich. Een van deze goederen betrof een mobiele telefoon van het merk Samsung type Galaxy A51s. Deze mobiele telefoon werd bij de inbeslagname voorzien van het unieke Sporen Identificatie Nummer (SIN) AALB5277NL.

Ik zag de volgende toestelgegevens;

Mobiele telefoonnummer: [telefoonnummer 2]

Ik verbalisant zag dat er diverse apps op het toestel waren geïnstalleerd waarmee berichten kunnen worden uitgewisseld, te weten;

- Signal Private Messenger

- Telegram (ID [0001] ).

Op 19-7-2021 om 11:28 werd er een schermopname van de mobiele telefoon vastgelegd. Het betreft een screenshot van een Signal chatgesprek met het tegencontact genaamd ‘ [naam 1] ’.

[naam 1]

Mon 10.18 (het hof begrijpt: maandag 19-7-2021 te 10.18 uur):

Hallo

Complete?

Gebruiker

Mon 10.19 (het hof begrijpt: maandag 19-7-2021 te 10.19 uur):

Zijn nog bezig

[naam 1]

Mon 10.19 (het hof begrijpt: maandag 19-7-2021 te 10.19 uur):

Ok

Gebruiker

6m (het hof begrijpt: 19-7-2021 te 11.22 uur)

Foute boel

[naam 1]

6m (het hof begrijpt: 19-7-2021 te 11.22 uur)

Wat?

Gebruiker

5m (het hof begrijpt: 19-7-2021 te 11.23 uur)

Kom net aan hier ..vol met politie

[naam 1]

4m (het hof begrijpt: 19-7-2021 te 11.24 uur)

Fuck

Grote?

Gebruiker

4m (het hof begrijpt: 19-7-2021 te 11.24 uur)

Jawel

17. Een (los) aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2024, proces- verbaalnummer LBRAA21010-92, onderzoek Sukerbole, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] :

In het onderzoek LBRAA21010 Sukerbole werd op 29 juli 2021 door mij proces-verbaal LBRAA21010-67 opgemaakt naar aanleiding van het onderzoek aan de smartphone Samsung type Galaxy A51s voorzien van SIN-nummer AALB5277NL.

Naar aanleiding van het aanvullend onderzoek werd door mij opnieuw onderzoek verricht aan de forensische kopie van het toestel en hieruit het volgende bevonden.

De in proces-verbaal LBRAA21010-67 opgenomen schermafbeeldingen bevonden zich in de folder: " [...] ". Afbeeldingen in deze folder betreffen door het systeem gegenereerde schermafbeeldingen. Deze afbeeldingen worden – zonder dat dit te merken is voor de gebruiker – aangemaakt zodra een applicatiescherm van het beeldscherm verdwijnt bijvoorbeeld wanneer er een andere applicatie geopend wordt of wanneer de gebruiker terugkeert naar het hoofdscherm. (...)

De applicatie Signal geeft tot en met 59 minuten na het versturen of ontvangen van een bericht in minuten weer hoe lang geleden een bericht is verzonden of ontvangen. Na deze tijd wordt de tijd niet meer in minuten weergegeven maar vervangen door het tijdstip waarop het bericht verstuurd of ontvangen is.

De aanduiding “Mon 10:19” in onderstaande screenshot staat voor: “maandag 10:19 uur".

Op basis van het feit dat onderstaande screenshot om 11:28.32 uur (het hof begrijpt: 9:28:32 uur + 2 uur) door het systeem werd gelegd kon worden gesteld dat de berichten op de in groen weergegeven tijdstippen zijn verzonden. (...)

Screenshot (met door de verbalisant in groen toegevoegde tijdstippen van verzending):

[BFK: volgt screenshot]

18. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] :

Door mij verbalisant werd onderzoek ingesteld om de locatie te achterhalen waar de overdracht van het vermoedelijke geldbedrag had plaatsgevonden om meer zicht te krijgen op de personen die hierbij betrokken waren.

Ik zag dat [medeverdachte 1] het volgende bericht stuurde met betrekking tot de locatie waar hij zich bevond:

14:45:25 Chatbericht van ‘ [naam 3] ’: "Tegen over gamma pakeerplaats praksis bij ingang pakeerplaats”

Ik heb via open bronnen in de omgeving van de woning van de verdachte, omgeving [plaats] , gezocht naar aanwezige Praxis vestigingen. Ik zag dat er twee Praxis vestigingen in [plaats] gesitueerd waren. Ik heb vervolgens gezocht bij welke vestiging tevens een Gamma bouwmarkt gevestigd was. Ik zag dat tegenover Praxis [...] gelegen op het adres [e-straat 1] een Gamma vestging gevestigd was gelegen op het adres [e-straat 2] . Naar aanleiding hiervan werden door mij bewakingsbeelden gevorderd bij de Praxis Bouwmarkt [...] . Navraag bij Praxis [...] te [plaats] over de datum en tijdsinstellingen van het camerabewaking systeem leerde dat de tijd van het camerasysteem 4 minuten achterliep op de werkelijke tijd. De hieronder genoemde tijdstippen welke betrekking hebben op camerabeelden werden door mij verbalisant omgerekend naar werkelijk tijd (cameratijd + 4 minuten).

Hieronder volgt een chronologische weergave van de chatberichten van 17 juli 2021 vanaf 14:39 tot 14:48 uur tussen [medeverdachte 1] en ‘ [naam 1] ’ gecombineerd met de camerabeelden.

14:39 27 Chatbericht van ' [naam 1] ’: "Hij is er al?"

14:39:30 Chatbericht van ‘ [naam 3] ': "Ok ik ga nu"

14:40:51 Chatbericht van ’ [naam 1] ’: "Zwarte Renault”

14:42 uur: ik zag een zwarte Renault de parkeerplaats van de Praxis oprijden. Ik zag dat het voertuig was voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 5] . Het voertuig reed voorlangs de camera en verdween vervolgens uit het zicht.

14:43 uur - ik zag een grijze Volkswagen Combi de parkeerplaats van de Praxis oprijden. Ik zag dat het voertuig was voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1] . Het voertuig reed voorlangs de camera en verdween vervolgens uit het zicht van de camera. Even later verscheen de voorkant van het voertuig kort in beeld en parkeerde deze kennelijk achteruit uit het zicht van de camera in een parkeervak op de parkeerplaats van de Praxis [...] . Uit de gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer blijkt dat voornoemde voertuig sinds 01-05-2019 op naam staat van [medeverdachte 1] .

14:43:30 Chatbericht van ‘ [naam 3] : "k ben er”

14:46 uur: ik zag wederom de zwarte Renault voorzien van het kenteken [kenteken 5] de parkeerplaats van de Praxis oprijden. Ik zag dat het voertuig dezelfde beweging over de parkeerplaats maakte als het deed om 14:42 uur.

14:48:30 Chatbericht van ‘ [naam 3] : "Is geroggeld"

14:49 uur - ik zag dat de zwarte Renault voorzien van het kenteken [kenteken 5] de parkeerplaats van de Praxis verliet.

14:50 uur - ik zag dat de grijze Volkswagen Combi voorzien van het kenteken [kenteken 1] de parkeerplaats van de Praxis verliet.

19. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] :

Door mij is onderzoek ingesteld om de identiteit van ‘ [naam 2] ’ te achterhalen. Ik zag in diezelfde smartphone van [medeverdachte 1] met SIN-nr AAMP2159NL:

- Een Telegram contactpersoon genaamd ‘ [naam 2] ’ met de Telegram user id ‘ [0001] ’

- Een aangemaakt contact met de naam ‘ [naam 2] ’ met hieraan het gekoppelde mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] ’.

- Ik zag dat er tussen [medeverdachte 1] en ‘ [naam 2] ’ vanaf 18-4-2021 chatcontact was via de applicatie Signal. Ik zag de conversatie welke op 17-7-2021 plaatsvond en betrekking had op het ophalen van het geldbedrag.

In het kader van het onderzoek werden er bij verdachte [verdachte] een aantal digitale gegevensdragers waaronder smartphones in beslag genomen. Uit onderzoek aan de smartphone met SIN-nr AALB5277NL bleek dat:

- Het aan het toestel gekoppelde mobiele telefoonnummer betrof; [telefoonnummer 2] ’. Ik zag dat dit hetzelfde mobiele telefoonnummer betrof als het tegennummer waar [medeverdachte 1] op 17-7-2021 contact mee had over het ophalen van het geldbedrag en welke in de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] was opgeslagen onder de naam [naam 2] '.

- De applicatie Telegram geïnstalleerd was op de mobiele telefoon van voornoemde [verdachte] , ik zag dat de hieraan gekoppelde Telegram user id was ’ [0001] '. Ik zag dat deze Telegram ID overeenkwam met de Telegram ID gekoppeld aan de naam ‘ [naam 2] ’ welke werd aangetroffen in de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] .

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is het zeer aannemelijk dat ‘ [naam 2] ’ een pseudoniem is voor [verdachte] .

20. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit gerechtshof d.d. 7 februari 2024:

Ik ben het eens met de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde zoals de rechtbank deze in het vonnis heeft opgenomen.’

6. Het hof heeft inzake het onder 1 en 2 bewezenverklaarde verder het volgende overwogen:

‘De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is – op gronden zoals nader verwoord in de ter terechtzitting van 7 februari 2024 overgelegde pleitnota en in de kern herhaald ter terechtzitting van 3 juli 2024 – kort samengevat het volgende aangevoerd. Ten aanzien van de primair tenlastegelegde invoer van hennep heeft de verdediging bepleit dat de verdachte niet wist dat de hennep zou worden ingevoerd door een vrachtwagen uit het buitenland en dat ook niet blijkt van enige betrokkenheid van de verdachte bij dit transport. Ten aanzien van het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep is bepleit dat de verdachte niet aanwezig was op het moment dat de hennep werd aangetroffen in de loods, waardoor van zelfstandig plegen niet kan worden gesproken. Evenmin is sprake van medeplegen, nu uit het dossier niet blijkt van een intensieve samenwerking, een taakverdeling tussen de verdachte en de medeverdachten of van enige rol van de verdachte in de voorbereiding. De enkele omstandigheid dat de verdachte voorafgaand aan de levering van de hennep met de medeverdachten in de loods aanwezig is geweest, is onvoldoende om te kunnen spreken van een wezenlijke bijdrage aan het aanwezig hebben van de hennep. Bovendien heeft de verdachte een verklaring gegeven voor het feit dat hij in de loods aanwezig was, welke verklaring naar de mening van de verdediging niet als onaannemelijk terzijde kan worden geschoven. Dat de verdachte betrokken is geweest bij gesprekken over een grote hoeveelheid geld doet daar niet aan af. De verdachte heeft geen enkele wetenschap gehad van een levering van hennep, waardoor niet aan de vereisten voor het opzettelijk aanwezig hebben van die hennep kan worden voldaan en hij, bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs, dient te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep het navolgende vast.

Uit een ander opsporingsonderzoek kwam naar voren dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] met respectievelijk een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 2] en een Volkswagen met kenteken [kenteken 1] gebruik maken van twee loodsen voor de distributie van grote hoeveelheden cocaïne op de vroege maandagochtenden. Naar aanleiding van deze informatie zijn de loodsen, gelegen aan de [a-straat 1] en de [f-straat 1] te [plaats] , door de politie geobserveerd.

Op maandag 19 juli 2021 werd op de camerabeelden van de [a-straat 1] te [plaats] het volgende waargenomen:

- om 03.29 uur stopt een Volkswagen, type Transporter, met kenteken [kenteken 1] bij de loods. In het voertuig zitten twee personen, naar later blijkt de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De poort aan de voorzijde van de loods wordt geopend en de bestelbus wordt de loods ingereden;

- om 04.45 uur komt de verdachte aangereden in een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 2] en hij rijdt met het voertuig naar binnen. Er wordt waargenomen dat de drie aanwezigen in de deuropening van de poort blijven staan en naar de weg kijken, waarbij het er sterk op lijkt dat de verdachten ergens op staan te wachten;

- om 06.22 uur stapt de verdachte in zijn voertuig en rijdt weg vanaf de locatie. De medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijven achter in de loods. Zij verschijnen vaker in de deuropening van de poort en kijken daarbij naar de weg;

- om 08.54 uur rijdt een vrachtwagen met een Spaans kenteken met aanhanger het terrein op. Te zien is dat twee mannen uit de vrachtwagen komen. Zij openen de achterdeur van de aanhangwagen. Vervolgens is te zien dat een heftruck, die wordt bestuurd door de verdachte [medeverdachte 2] , naar buiten komt rijden. In totaal worden 3 pallets uit de vrachtwagen gehaald en in de loods gereden. Op deze pallets zijn witte langwerpige dozen gestapeld. Nadat de 3 pallets zijn gelost, worden de deuren van de vrachtwagen gesloten en verlaat deze het terrein.

Naar aanleiding van deze informatie werd door de politie op 19 juli 2021 te 09.20 uur de loods gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] ter inbeslagneming binnengetreden. Nadat de dozen van de pallets zijn geladen en onderzocht, bleken 62 van de 108 dozen gevuld te zijn met pakketten met zwarte zogenaamde strijkzakken met daarin elk twee afzonderlijk in doorzichtig plastic verpakte pakketten met hennep. Uit nader onderzoek is gebleken dat het nettogewicht aan hennep van elk pakket twee kilo betrof. In de loods werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangehouden. De inzittenden in de vrachtwagen betroffen een Nederlandse chauffeur, te weten [getuige 1] , en een Spaanse bijrijder. Om 10.00 uur is de politie een doorzoeking in voormelde loods gestart. In een opbergvakje van het bestuurdersportier van de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 1] lag onder andere een sleutelbos met daaraan drie sleutels.

Voor de doorzoeking ter inbeslagneming op de [d-straat 1] te [plaats] omstreeks 10.50 uur werd de toegangspoort en de toegangsdeur tot het bedrijfspand geopend met sleutels, die aan de sleutelbos in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] uit zijn Volkswagen met het kenteken [kenteken 1] zaten. Tijdens de doorzoeking van dit pand sloeg de speurhond aan op daar aanwezige sealzakken. In één van die zakken werd groen plantaardig restmateriaal aangetroffen, waarvan de geur door de politie werd herkend als die van hennep. De speurhond sloeg eveneens aan op een doos met onder meer handschoenen. Voorts werd er een doos met onder meer nieuwe bigshoppers aangetroffen. Op 18 juli 2021 is de verdachte tijdens een observatie van deze loods gezien met een soortgelijke gevulde bigshopper in zijn linker hand, aan welke hand hij een handschoen droeg.

Op maandag 19 juli 2021 om 12.04 uur vond een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in de woning van de verdachte, gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] . Tijdens de doorzoeking werd in de woonkamer een contant geldbedrag van € 39.000,00 aangetroffen en in de kelder een contant geldbedrag van € 81.250,00. Tijdens zijn aanhouding droeg de verdachte twee telefoons bij zich, waaronder een Samsung met als telefoonnummer [telefoonnummer 2] en als Telegram user id [0001] . Deze zijn onder de verdachte in beslaggenomen. Uit een automatisch door het systeem gegenereerde schermopname van deze telefoon op 19 juli 2021 te 11.28 uur blijkt een chatgesprek met het tegencontact genaamd ‘ [naam 1] ’. Hieruit volgt dat de verdachte die dag contact heeft met ‘ [naam 1] ’, waarbij deze ‘ [naam 1] ’ om 10.18 uur “Complete?” heeft gestuurd en de verdachte hier om 10.19 uur op heeft geantwoord “Zijn nog bezig”. Vervolgens heeft de verdachte om 11.22 uur en 11.23 uur naar ‘ [naam 1] ’ gestuurd “Foute boel ” en "Kom net aan hier.. vol met politie”.

In de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] werd onder andere een Apple iPhone 7 aangetroffen. Uit het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderzoek aan die telefoon volgt dat de gebruiker van de iPhone 7 middels de applicatie Signal chatberichten verstuurde en ontving met de gebruikersnaam ‘ [naam 3] ’, In deze telefoon stond een contactpersoon genaamd ‘ [naam 2] ’ met als telefoonnummer [telefoonnummer 2] en een Telegram contactpersoon genaamd ‘ [naam 2] ’ met als Telegram user id [0001] .

Uit de berichten in de chatapplicatie Signal op de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] tussen de gebruiker ‘ [naam 3] ’ en ' [naam 1] ' volgt kort gezegd het navolgende:

- naar aanleiding van een vraag van [naam 1] aan ‘ [naam 3] ’ op 16 juli 2021 of hij op 17 juli 2021 naar de Praxis kan komen voor een overdracht van papieren, wordt een afspraak gemaakt voor die dag om 15.00 uur. Op verzoek van ' [naam 1] ' heeft ‘ [naam 3] ’ op 16 juli 2021 een foto van een deel van een bankbiljet als ‘token’ gestuurd;

- op 17 juli 2021 wordt door ‘ [naam 1] ’ gestuurd "hij is er al" en “Vergeet de token niet” (14.39 uur) en “Zwarte Renault” (14.40 uur);

- ‘ [naam 3] ’ heeft in reactie daarop gestuurd “ik ben er” (14.43 uur) en “tegen over gamma parkeerplaats praksis bij ingang parkeerplaats” (14.45 uur);

- kort daarna stuurt ‘ [naam 3] ’ “is geroggeld” (14.48 uur);

- ‘ [naam 1] ’ vraagt ‘ [naam 3] ’ dan om 14.49 uur “Heb je Tel machine?”;

- ‘ [naam 3] ’ antwoordt met “Ja” om 14.50 uur;

- ‘ [naam 1] ’ stuurt “kun je ff natellen aub moet 124,200 zijn” (14.50 uur);

- vervolgens stuurt ‘ [naam 1] ’ " [naam 2] komt t rond 17.30 uur ophalen” (15.30 uur);

- ‘ [naam 1] ’ vraagt daarna aan ‘ [naam 3] ’ of het lukt met tellen (15.44 uur) en ‘ [naam 3] ’ antwoordt ‘ [naam 1] ’ dat hij bezig is (16.10 uur);

- in reactie daarop stuurt ‘ [naam 3] ’ "123.85" (16.21 uur);

- ' [naam 1] ' reageert vervolgens met “350 tekort dus” (16.23 uur) en “pak er 2300 vanaf voor jezelf’ (16.24 uur) en “2000 voor maandag 300 voor vandaag” (16.25 uur).

Uit de berichten in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] tussen de gebruiker ' [naam 3] ’ en ‘ [naam 4] ’ blijkt het volgende:

- op 16 juli 2021 stuurt ‘ [naam 4] ’ “moet weten of er maandag gewerkt moet worden” (12.33 uur);

- op 17 juli 2021 stuurt ‘ [naam 4] ’ “er zou 124k bij jou liggen” (16.07 uur) en een minuut later “zou ik komen ophalen” (16.08 uur). Hierop antwoordt ‘ [naam 3] ’ met: “ik ben nog aant tellen" (16.08 uur).

Uit nader onderzoek naar de locatie waar de overdracht van het vermoedelijke geldbedrag had plaatsgevonden en om meer zicht te krijgen op de personen die hierbij betrokken waren, kwam de locatie van Praxis [...] naar voren. Op de camerabeelden van dit filiaal van Praxis van 17 juli 2021 is te zien dat om 14.42 uur een zwarte Renault met kenteken [kenteken 5] de parkeerplaats komt opgereden. Om 14.43 uur komt een grijze Volkswagen Combi met kenteken [kenteken 1] , in gebruik bij de medeverdachte [medeverdachte 1] , de parkeerplaats opgereden. Een aantal minuten daarna verlaten de auto’s om respectievelijk 14.49 uur en 14.50 uur de parkeerplaats van deze Praxis.

Het hof stelt voorts vast dat uit het onderzoek met betrekking tot de berichten kan worden geconcludeerd dat de medeverdachte [medeverdachte 1] onder de naam ‘ [naam 3] ’ chatberichten verstuurde, het contact ‘ [naam 2] ’ in de telefoon van [medeverdachte 1] en de bijnaam ‘ [naam 2] ’ in de berichten verwijzen naar de verdachte en dat ‘ [naam 2] ’ en ‘ [naam 4] ’ dezelfde persoon zijn: de verdachte [verdachte] . Immers, uit de berichten van 17 juli 2021 volgt dat de persoon met de naam ‘ [naam 1] ’ naar de medeverdachte [medeverdachte 1] het bericht heeft gestuurd dat ‘ [naam 2] ’ geld komt ophalen en diezelfde dag worden door ‘ [naam 4] ’ de berichten “er zou 124k bij jou liggen” en “zou ik komen ophalen” naar de medeverdachte [medeverdachte 1] gestuurd. ‘ [naam 3] ’ oftewel [medeverdachte 1] laat dan aan ‘ [naam 4] ’ weten dat hij nog aan het tellen is, hetgeen ook overeenkomt met het bericht van ‘ [naam 3] ’ aan ‘ [naam 1] ’ van 16.10 uur dat hij nog bezig is met tellen. Ten slotte wordt twee dagen later tijdens de doorzoeking in de woning van de verdachte een geldbedrag van € 120.250,00 aangetroffen, dat nagenoeg overeenkomt met het geldbedrag dat ‘ [naam 3] ’ heeft geteld (€ 123.850,00) en waarvan hij € 2.300,00 mocht houden.

Het hof gaat er op grond van het voorgaande vanuit dat het bij de verdachte thuis gevonden geldbedrag – op ruim € 2.300,00 na - het geldbedrag is dat [medeverdachte 1] op 17 juli 2021 bij de Praxis heeft opgehaald.

Naar het oordeel van het hof kan op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden de conclusie worden getrokken dat de verdachte samenwerkte met een groep personen die zich bezig hield met de invoer van een partij hennep en een bij deze handel passende overdracht van geld. Ook de overige omstandigheden in het dossier wijzen op de betrokkenheid van de verdachte bij deze illegale handelingen. De verdachte heeft onder verzonnen gebruikersnamen via Signal contact gehad met zijn medeverdachten, die eveneens gebruik maakten van een verzonnen gebruikersnaam. In die berichten wordt de verdachte gevraagd om een contant geldbedrag van € 124.000,00 op te komen halen. De medeverdachte ‘ [naam 3] ’ heeft dat geldbedrag voor de medeverdachte ' [naam 1] ' op een parkeerplaats van een bouwmarkt in ontvangst genomen, waarbij een bankbiljet als zogeheten ‘token’ is gebruikt. Het geld is door ‘ [naam 3] ’ geteld met een geldtelmachine en de verdachte heeft dit geld vervolgens in bundels in een doos en een plastic zak in zijn woning bewaard. Nadat de verdachte gedurende ruim anderhalf uur met onder meer de medeverdachte [medeverdachte 1] in de loods – waar later die ochtend de softdrugs worden bezorgd – heeft doorgebracht en op grond van de camerabeelden op de uitkijk en in afwachting van de komst van de vrachtauto met de drugs lijkt te hebben gestaan, heeft de verdachte na vertrek bij de loods om 07:06:24 uur en om 09:06:07 uur telefonisch contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 1] en heeft hij een uur na binnenkomst van de 124 kilogram hennep in deze loods met diezelfde ‘ [naam 1] ’ via Signal contact over de vraag of het “complete?” is. Hij antwoordt ‘ [naam 1] ’ daarop “zijn nog bezig” en enige tijd later bericht hij aan deze ‘ [naam 1] ’ dat het foute boel is als hij de politie waarneemt.

Naar het oordeel van het hof passen al deze omstandigheden bij een (soft)drugstransactie binnen een crimineel samenwerkingsverband tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven persoon met de gebruikersnaam ‘ [naam 1] ’.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, zowel op 7 februari 2024 als op 3 juli 2024, ten stelligste ontkend enige betrokkenheid te hebben gehad bij de invoer van de hennep bij de loods. Hij heeft verklaard dat hij enkel in de loods aanwezig was, omdat hij in verband met zijn werkzaamheden naar Duitsland moest rijden en vanwege overstromingen in Duitsland de files ten gevolge van die overstromingen probeerde te vermijden. Met betrekking tot de berichten die op 19 juli 2021 zijn verstuurd heeft de verdachte verklaard dat ' [naam 1] ' het bericht "Complete?" stuurde, omdat hij geld wilde ophalen bij de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij, als reactie op het bericht, in zijn bericht “zijn nog bezig” een schrijffout heeft gemaakt en daarmee heeft bedoeld "ben nog bezig”, omdat hij op dat moment nog bezig was met zijn werkzaamheden in Duitsland. Over de berichten “foute boel ” en “kom net aan hier.. vol met politie” heeft de verdachte verklaard dat hij bij zijn woonadres was aangekomen, dat hij daar politie zag staan en dit vervolgens aan ‘ [naam 1] ’ heeft bericht.

Ter terechtzitting van 3 juli 2024 heeft de verdachte nog een nadere verklaring gegeven, kort gezegd inhoudende dat hij voor half twaalf het begin van de [b-straat] kwam ingereden, dat hij uit de verte politie bij zijn woning zag staan en dat hij daarom een tijd in de straat heeft gewacht. Terwijl hij in zijn vrachtautootje (het hof begrijpt: de Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 2]) aan het wachten was heeft hij de desbetreffende berichten naar ‘ [naam 1] ’ gestuurd, welke berichten zagen op de bij zijn woning aanwezig politie, en is hij eerst om 12.00 uur bij zijn woning aangekomen.

Het hof overweegt hieromtrent dat de verdachte bij de politie, de rechter-commissaris en de rechtbank concreet is gevraagd naar het desbetreffende chatgesprek met ‘ [naam 1] ’ en dat hij zich toen op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Eerst in hoger beroep, ter terechtzitting van 7 februari 2024, is de verdachte met een verklaring gekomen en op 3 juli 2024 heeft de verdachte over dit chatgesprek nog een aanvullende verklaring afgelegd.

Het hof acht de verklaringen van de verdachte in strijd met de objectieve gegevens. Immers, de verdachte heeft om 10.19 uur naar ‘ [naam 1] ’ het bericht “Zijn nog bezig” gestuurd en later die ochtend, om 11.22 en 11.23 uur, “Foute boel ” en "Kom net aan hier.. vol met politie”, terwijl uit het dossier volgt dat de woning van de verdachte pas om 12.04 uur werd binnengetreden. Niet volgt uit het dossier – en naar het oordeel van het hof is evenmin aannemelijk bij een dergelijke actie – dat de politie circa 40 minuten voorafgaand aan het binnentreden van de woning van de verdachte al buiten bij die woning klaar stond. Het hof is derhalve van oordeel dat voornoemde door de verdachte verstuurde berichten om die reden niet kunnen slaan op de situatie zoals door de verdachte geschetst, kort gezegd inhoudende dat hij ‘ [naam 1] ’ bericht over de politie bij zijn woning, maar dat die berichten zien op de aanwezigheid van de politie in de loodsen op de [a-straat 1] en de [d-straat 1] te [plaats] , waarvan op het moment dat de verdachte de berichten naar ‘ [naam 1] ’ verstuurde wel sprake was.

Het hof overweegt daarbij ook dat de afstand tussen de loods aan de [a-straat 1] te [plaats] en de woning van de verdachte – blijkens de door iedereen te raadplegen site van Routenet – 27 minuten rijden is. Het hof acht het om die reden aannemelijk dat de verdachte ‘ [naam 1] ’ via Signal heeft laten weten dat het een foute boel was bij de loods, dat daar heel veel politie aanwezig was en dat hij vervolgens naar zijn eigen woning is gereden. Dat de rit naar zijn woning met een kleine vrachtwagen veel langer duurt dan met de gemiddelde personenauto waarop Routenet zich baseert, zoals de verdachte ter terechtzitting van 3 juli 2024 nog heeft aangevoerd, schuift het hof als niet aannemelijk ter zijde.

Bovendien heeft de verdachte niet willen uitleggen wie ‘ [naam 1] ’ is en waarom hij ' [naam 1] ' überhaupt deze berichten heeft gestuurd. Ook de eerdere verklaring van de verdachte dat hij ten tijde van het sturen van de eerste berichten in verband met zijn werk nog in Duitsland was, vindt op geen enkele wijze steun in het dossier. Het hof schuift de wisselende verklaringen van de verdachte dan ook als volstrekt ongeloofwaardig terzijde.

Medeplegen

Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering bij de invoer in Nederland van de in de loods aangetroffen hennep. Het hof betrekt daarbij de aanwezigheid van de verdachte voorafgaand aan de levering van de hennep alsmede de berichten die tussen de verdachte en zijn medeverdachten alsmede tussen de verdachte en ' [naam 1] ' zijn verstuurd, waaronder de berichten over de overdracht van een groot geldbedrag, als ook de aanwezigheid van een nagenoeg even groot geldbedrag in de woning van de verdachte. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte een wezenlijk onderdeel uitgemaakt van de invoer van de hennep en is sprake geweest van een samenwerkingsverband. Hoewel niet alle gedragingen in de kern bestaan uit een gezamenlijke uitvoering, acht het hof de rol die de verdachten hebben vervuld, waaronder mede begrepen de rol van de verdachte, van zodanig gewicht – in materiële dan wel intellectuele zin, dat kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking. Het hof acht daarmee het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Verlengde invoer

Op grond van het bepaalde in artikel 3, aanhef en onder A, van de Opiumwet juncto artikel 1, vierde lid, van de Opiumwet volgt dat voor de invoer van verdovende middelen niet alleen het binnen het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen wordt begrepen, maar ook de op het verdere vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot die verdovende middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht. Het hof is van oordeel dat de levering van de hennep vanuit Spanje naar de loods in Nederland en de verdere handelingen die daar hebben plaatsgevonden naar hun uiterlijke verschijningsvorm erop waren gericht om de hennep na de feitelijke invoer vrij te krijgen voor verdere handelingen die kunnen zijn gericht op het verdere vervoer, de opslag, de aflevering, de ontvangst of de overdracht van de verdovende middelen. Gelet op het bovenstaande is naar het oordeel van het hof dan ook sprake van de verlengde invoer van de hennep.

Het hof verwerpt de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen.

Resumerend acht het hof, gelet op het hiervoor overwogene en op de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 (impliciet primair) en 2 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.’

Bespreking van het eerste middel

7. Het eerste middel ziet op de bewijsvoering van feit 1 en behelst de klacht dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat de verdovende middelen vanuit Spanje binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht. De steller van het middel wijst erop dat uit bewijsmiddel 1 volgt dat de verdachte bij de loods aan de [a-straat 1] te [plaats] is vertrokken voordat de vrachtwagen met het Spaanse kenteken daar arriveerde. Niets in de achterhaalde communicatie in de inbeslaggenomen mobiele telefoontoestellen zou duiden op een kenbare buitenlandse herkomst van de hennep. Ook het kennelijk op de uitkijk staan bij de loods en de omvang van het in de telecommunicatie genoemde geldbedrag zou niet duiden op een buitenlandse herkomst van de hennep.

8. Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt dat de verdachte op 19 juli 2021 om 4.45 uur arriveert bij de loods gelegen aan [a-straat 1] te [plaats] . Eerder zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daar al gearriveerd. Zij blijven in de deuropening staan en kijken gedrieën naar de weg, waarbij het er sterk op lijkt dat zij ergens op staan te wachten. Om 6.22 uur vertrekt de verdachte. Om 8.54 uur rijdt een vrachtwagen met aanhanger het terrein op. [medeverdachte 2] haalt met een heftruck drie pallets uit de vrachtwagen die de loods worden ingereden (bewijsmiddel 1). De vrachtwagencombinatie heeft een Spaans kenteken. Op elk van de drie pallets staan 36 witte dozen opgestapeld. In 62 van de 108 dozen zitten pakketten met hennep (bewijsmiddelen 2 en 4). Eén van de twee mannen op de vrachtwagen verklaart dat de vrachtwagen is geladen in Sipiona, dat hij in Brivieska in Spanje is opgestapt als extra chauffeur en dat [plaats] de eerste afleverlocatie is (bewijsmiddel 3).

9. In een mobiele telefoon, aangetroffen in de woning van [medeverdachte 1] , zijn app-gesprekken met [naam 4] aangetroffen van 16 juli rond 12.33 uur en van 17 juli rond 16.08 uur. In het eerste gesprek wil [naam 4] weten ‘of maandag gewerkt moet worden’; in het tweede zegt [naam 4] ‘Er zou 124 k bij jou liggen’ en ‘Zou ik komen ophalen’. Het antwoord van [naam 3] is ‘Ik ben nog aant tellen’ (bewijsmiddel 6). Bij de aanhouding van de verdachte werd onder meer een mobiele telefoon Samsung type Galaxy A51s inbeslaggenomen (bewijsmiddel 16). Uit onderzoek aan deze mobiele telefoon bleek dat het aan deze mobiele telefoon gekoppelde nummer het nummer betrof waar [medeverdachte 1] op 17 juli 2021 contact mee had over het ophalen van het geldbedrag (bewijsmiddel 19).

10. In een bestelbus die in de loods stond, is bij de doorzoeking op 19 juli een sleutelbos met drie sleutels aangetroffen. Met behulp van twee van deze sleutels is het bedrijfspand gelegen aan de [d-straat 1] in [plaats] betreden (bewijsmiddel 7). Het pand is onderzocht met een speurhond verdovende middelen. Die reageerde op een machine met daarin gebruikte plastic zakken en op een doos boven een rek waarin onder meer handschoenen zaten (bewijsmiddel 9). In zeker één van de zakken zat groen plantaardig restmateriaal, de inhoud rook naar en is herkend als hennep (bewijsmiddelen 10, 11 en 12). Bij de doorzoeking van deze locatie wordt een kapotte doos met nieuwe bigshoppers in de kleuren groen/blauw/geel aangetroffen. De verdachte is op 18 juli 2021 om 10.44 uur in dit bedrijfspand geweest en is er na 4 minuten uitgekomen met een gevulde bigshopper. Aan de linkerhand droeg hij een handschoen terwijl hij zonder handschoenen in de richting van het pand was gelopen. De op 19 juli aangetroffen bigshoppers hadden dezelfde uiterlijke kenmerken als de bigshopper die de verdachte op 18 juli in zijn hand had (bewijsmiddel 13).

11. In de mobiele telefoon Samsung type Galaxy A51s die bij zijn aanhouding bij verdachte is aangetroffen is een app-gesprek van Gebruiker met [naam 1] aangetroffen, gevoerd op 19 juli 2017 tussen 10.18 uur en 11.24 uur, waarin Gebruiker onder meer zegt: ‘Foute boel ’ en ‘Kom net aan hier ..vol met politie’ (bewijsmiddel 16). Op die dag betraden opsporingsambtenaren om 09.20 uur de loods aan de [a-straat 1] in [plaats] (bewijsmiddel 2). Op dezelfde dag werd omstreeks 10.44 uur binnengetreden in het bedrijfspand [d-straat 1] , [plaats] (bewijsmiddel 9). Pas om 12.04 uur diezelfde dag werd een doorzoeking ter inbeslagneming verricht in de woning van de verdachte, [b-straat 1] te [plaats] . De verdachte kwam daar omstreeks 12.00 uur aangereden en werd aangehouden (bewijsmiddel 5). Tijdens de doorzoeking werden twee partijen contant geld aangetroffen, € 39.000,00 in de woonkamer en € 81.250,00 in de kelder (bewijsmiddel 14).

12. Uit in het bijzonder deze feiten en omstandigheden heeft het hof de conclusie kunnen trekken ‘dat de verdachte samenwerkte met een groep personen die zich bezig hield met de invoer van een partij hennep en een bij deze handel passende overdracht van geld’. Het hof spreekt van een crimineel samenwerkingsverband tussen de verdachte, [medeverdachte 1] en de onbekend gebleven ‘ [naam 1] ’. Kennelijk heeft het hof geoordeeld dat in de feiten en omstandigheden die uit de bewijsmiddelen volgen en de (rol van de verdachte bij de) samenwerking besloten ligt dat de verdachte wist dat de hennep vanuit Spanje binnen het grondgebied van Nederland is gebracht. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ik merk daarbij op dat in cassatie niet wordt geklaagd dat de bewijsmotivering tekort zou schieten in het licht van hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd; daarom zie ik er vanaf dat nader uiteen te zetten.

13. Het middel faalt.

Bespreking van het tweede middel

14. Het tweede middel behelst de klacht dat het hof het onder feit 2 bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als (het medeplegen van) witwassen als bedoeld in art. 420bis, eerste lid, onder b, Sr. Uit de bewijsmiddelen volgt, aldus de steller van het middel, dat het geldbedrag van € 120.250,00 dat de verdachte heeft verworven en voorhanden heeft gehad de onmiddellijke opbrengst vormde van een (mede) door de verdachte zelf begaan misdrijf.

15. Uw Raad heeft in een arrest van 13 december 2016 inzake de kwalificatie-uitsluitingsgrond bij witwassen (na citaten uit Kamerstukken die betrekking hebben op het wetsvoorstel dat tot de strafbaarstelling van eenvoudig witwassen heeft geleid) het volgende overwogen (met weglating van voetnoten):

‘2.4.1. De in de aangehaalde wetsgeschiedenis bedoelde rechtspraak heeft in beginsel uitsluitend betrekking op de delictsgedragingen "verwerven" en "voorhanden hebben", zoals opgenomen in art. 420bis, eerste lid onder b, en art. 420quater, eerste lid onder b, Sr (hierna aan te duiden met: gewoon (schuld)witwassen). Deze rechtspraak heeft dan ook geen betrekking op het verbergen en verhullen als bedoeld in art. 420bis, eerste lid onder a, Sr.

Ten aanzien van het verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen die "onmiddellijk" uit "eigen" misdrijf afkomstig zijn, geldt dat die gedragingen niet zonder meer als gewoon (schuld)witwassen kunnen worden gekwalificeerd. Wanneer het gaat om gewoon (schuld)witwassen bestaande in het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, moet uit de motivering van de uitspraak kunnen worden afgeleid dat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp.

Deze rechtspraak over de kwalificeerbaarheid van gewoon (schuld)witwassen houdt in dat indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf, niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd. Daarmee wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of onder zich heeft en dus voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig maakt aan het gewoon (schuld)witwassen van die voorwerpen, een misdrijf waarop een gevangenisstraf van zes jaren respectievelijk twee jaren is gesteld. Bovendien wordt aldus bevorderd dat in zo een geval het door de verdachte begane (grond)misdrijf, dat in de regel nader is omschreven in een van specifieke bestanddelen voorziene strafbepaling, in de vervolging centraal staat.

2.4.2. Bij de beoordeling van de begrijpelijkheid van de beslissing omtrent de "onmiddellijke" afkomst uit "eigen" misdrijf zijn als factoren vooral van belang of:

(i) naast het tenlastegelegde witwassen sprake is van een ten laste van de verdachte uitgesproken bewezenverklaring ter zake van het begaan van een ander misdrijf met betrekking tot hetzelfde voorwerp, door middel van welk misdrijf de verdachte dat voorwerp kennelijk heeft verworven of voorhanden heeft (bijvoorbeeld de buit van een door de verdachte zelf begaan vermogensmisdrijf), dan wel

(ii) rechtstreeks uit de bewijsvoering voortvloeit dat sprake is van - kort gezegd - het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, dan wel

(iii) de juistheid in het midden is gelaten van hetgeen door of namens de verdachte met voldoende concretisering is aangevoerd met betrekking tot dit verwerven of voorhanden hebben door eigen misdrijf.’

16. In de onderhavige strafzaak doet het eerste geval zich niet voor. Het binnen het grondgebied van Nederland brengen ziet op een ander voorwerp, namelijk hennep. Een groot deel van de bewijsmiddelen ziet op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van hennep. Voor de bewijsvoering van het witwassen is in het bijzonder bewijsmiddel 14 van belang, een proces-verbaal van bevindingen dat inhoudt dat bij de doorzoeking in de woning [b-straat 1] te [plaats] in de woonkamer een bedrag van € 39.000,00 is aangetroffen en in de kelder een bedrag van € 81.250,00. Uit bewijsmiddel 5 volgt dat dit de woning van de verdachte is. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af ‘dat het bij de verdachte thuis gevonden geldbedrag – op ruim € 2.300,00 na – het geldbedrag is dat [medeverdachte 1] op 17 juli 2021 bij de Praxis heeft opgehaald.’

17. De steller van het middel meent dat uit de overwegingen van het hof kan worden afgeleid dat dit geldbedrag de onmiddellijke opbrengst vormde van de verkoop van hennep waarbij de verdachte als medepleger betrokken is geweest, en wijst daarbij op de bewezenverklaring van feit 1.

18. Anders dan de steller van het middel meen ik dat uit de bewezenverklaring van feit 1 niet volgt dat de verdachte als medepleger bij de verkoop van hennep betrokken is geweest. Die bewezenverklaring ziet, als vermeld, op het op 19 juli 2021 binnen Nederland brengen van hennep.

19. Het hof laat zich in de bewijsoverwegingen niet heel concreet uit over het verband tussen het geld en de hennep. Het hof trekt de conclusie ‘dat de verdachte samenwerkte met een groep personen die zich bezig hield met de invoer van een partij hennep en een bij deze handel passende overdracht van geld’. Het hof vat vervolgens een groot aantal uit de bewijsmiddelen blijkende feiten en omstandigheden samen, en oordeelt aansluitend dat al deze omstandigheden passen ‘bij een (soft)drugstransactie binnen een crimineel samenwerkingsverband tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven persoon met de gebruikersnaam ‘ [naam 1] ’.’ Dat het geld bij de verdachte thuis is aangetroffen, impliceert evenwel dat het nog niet is overgedragen. Voor zover het geld bestemd was als betaling in verband met de levering van de hennep geldt dat deze bestemming het geld niet ‘door misdrijf verkregen’ maakt.

20. Uit de bewijsvoering kan al met al niet rechtstreeks worden afgeleid tot welk misdrijf dit geld te herleiden is en derhalve ook niet of dat misdrijf door de verdachte is begaan. Ook het tweede geval doet zich derhalve niet voor. Wat het derde geval betreft: door of namens de verdachte is niet (met voldoende concretisering) aangevoerd dat dit geld door eigen misdrijf is verkregen; dat wordt in cassatie ook niet aangevoerd. De raadsman heeft zich blijkens de pleitnota, die blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 7 februari 2024 aan het hof is overgelegd, bij het tweede feit gerefereerd aan het oordeel van het hof.

21. Het middel faalt.

Bespreking van het derde middel

22. Het derde middel behelst de klacht dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn in de cassatiefase is geschonden.

23. Het cassatieberoep is op 25 juli 2024 ingesteld. De stukken van het geding zijn op 2 mei 2025 op de griffie van de Hoge Raad ontvangen. Daaruit volgt dat de termijn van acht maanden met meer dan een maand is overschreden.

24. Het middel slaagt.

Afronding

25. Het eerste en het tweede middel falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende formulering. Het derde middel slaagt. Ambtshave merk ik daarnaast op dat Uw Raad niet binnen twee jaar na het instellen van cassatieberoep arrest zal wijzen. Dat dient tot strafvermindering te leiden. Voor het overige heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

26. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842, NJ 2017/218 m.nt. Mevis. Vgl. ook HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:78.