Bestuursrecht overig
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 5 augustus 2026 van de rechtbank ZeelandWestBrabant. De…
Raad van State, 15 oktober 2026
ECLI:NL:RVS:2026:6273 · Raad van State · 15 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rvs-2026-6273
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- 202602928/2/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6273
Samenvatting
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 5 augustus 2026 van de rechtbank ZeelandWestBrabant. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De staatssecretaris heeft de aanvraag van de Wildbeheereenheid om toekenning van geweldsmiddelen aan de voor de Wildbeheereenheid werkende buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) voor zover deze ziet op het toekennen van een uitschuifbare wapenstok en een vuurwapen afgewezen. Partijen zijn het niet eens over de bevoegdheid en taakstelling van de boa en over de vraag of de redelijke verwachting is dat de boa tijdens de uitoefening van zijn taak snel wordt geconfronteerd met vuurwapengeweld.
Uitspraak
202602928/2/A3.
Datum uitspraak: 15 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 augustus 2026 in zaken nrs. 25/3573 en 25/3681 in het geding tussen:
I. de Wildbeheereenheid Wolphaartsdijk e.o. (de Wildbeheereenheid), gevestigd in Wolphaartsdijk,
II. [wederpartij], wonend in [woonplaats],
en
de staatssecretaris.
Openbare zitting gehouden op 15 oktober 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
staatsraad mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter
griffier: mr. R.S. Venema
Verschenen:
De staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. T.J. Crom, advocaat in Den Haag, en mr. R.S. Tenge,
De Wildbeheereenheid, vertegenwoordigd door mr. R. Lie-A-Lien, rechtsbijstandverlener in Amsterdam;
[wederpartij], bijgestaan door mr. M. Busse, rechtsbijstandverlener in Goes.
====================================
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 5 augustus 2026 van de rechtbank ZeelandWestBrabant. De staatssecretaris heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter
schorst de uitspraak van de rechtbank en bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin is bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist;
De voorzieningenrechter legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
1. De staatssecretaris heeft de aanvraag van de Wildbeheereenheid om toekenning van geweldsmiddelen aan de voor de Wildbeheereenheid werkende buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) voor zover deze ziet op het toekennen van een uitschuifbare wapenstok en een vuurwapen afgewezen. Partijen zijn het niet eens over de bevoegdheid en taakstelling van de boa en over de vraag of de redelijke verwachting is dat de boa tijdens de uitoefening van zijn taak snel wordt geconfronteerd met vuurwapengeweld.
2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de opsporing van wildstroperij onder de bevoegdheid van de boa valt en dat de staatssecretaris niet goed heeft gemotiveerd dat, gelet op de taakstelling van de boa, niet de redelijke verwachting is dat hij snel zal worden geconfronteerd met vuurwapengebruik. De rechtbank heeft daarom het besluit op bezwaar van 17 juni 2025 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om een nieuw besluit te nemen.
3. De staatssecretaris heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst en de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen.
4. Over het spoedeisend belang heeft de staatssecretaris toegelicht dat de uitspraak van de rechtbank ertoe leidt dat hij verplicht is om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het volgens hem onjuiste oordeel dat de opsporing van wildstroperij onder de bevoegdheid van de boa valt en dat wildstroperij per definitie gepaard gaat met vuurwapens. Dit is het punt van geschil dat in hoger beroep moet worden beoordeeld.
5. Hoewel de uitspraak van de rechtbank uitmondt in een motiveringsgebrek, worden in rechtsoverweging 9.4 en 12.4 van de uitspraak van de rechtbank uitdrukkelijke en zonder behoud gegeven oordelen uitgesproken over vooral de bevoegdheid en taken van de boa. Daarover gaat het hoger beroep van de staatssecretaris in de kern. Als hij in de tussentijd een nieuw besluit moet nemen kan hij niet om de hierboven genoemde oordelen van de rechtbank heen. Ook toepassing van de nieuwe Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar biedt die ruimte niet. De staatssecretaris heeft er daarom belang bij dat de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure wordt afgewacht. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening van de staatssecretaris moet worden toegewezen.
6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
w.g. Verburg
voorzieningenrechter
w.g. Venema
griffier
973