Bestuursrecht overig

Het beroep richt zich tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris van Justitie…

Raad van State, 15 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 oktober 2026
Datum publicatie
26 oktober 2026
Zaaknummer
202602928/3/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6274
E-mail

Samenvatting

Het beroep richt zich tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris is daartoe opgedragen door de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant in de uitspraak van 5 augustus 2026, in zaken nrs. 25/3573 en 25/3681. In de uitspraak van 5 augustus 2026 heeft de rechtbank het beroep van de Wildbeheereenheid gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van 17 juni 2025 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om met in achtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. De Wildbeheereenheid voert aan dat de staatssecretaris nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. De Wildbeheereenheid verzoekt het beroep gegrond te verklaren en de staatssecretaris op te dragen om binnen veertien dagen na verzending van de uitspraak een besluit te nemen, met een dwangsom voor elke dag dat de staatssecretaris die termijn overschrijd

Uitspraak

202602928/3/A3.

Datum uitspraak: 15 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de Wildbeheereenheid Wolphaartsdijk e.o. (de Wildbeheereenheid), gevestigd in Wolphaartsdijk,

appellant,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Openbare zitting gehouden op 15 oktober 2026 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

staatsraad mr. D.A. Verburg, voorzitter

griffier: mr. R.S. Venema

Verschenen:

De Wildbeheereenheid, vertegenwoordigd door mr. R. Lie-A-Lien, rechtsbijstandverlener in Amsterdam;

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, vertegenwoordigd door mr. T.J. Crom, advocaat in Den Haag en mr. R.S. Tenge;

[partij], bijgestaan door mr. M. Busse, rechtsbijstandverlener in Goes.

====================================

Het beroep richt zich tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris. De staatssecretaris is daartoe opgedragen door de rechtbank Zeeland­West­Brabant in de uitspraak van 5 augustus 2026, in zaken nrs. 25/3573 en 25/3681.

De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Gronden

1.       In de uitspraak van 5 augustus 2026 heeft de rechtbank het beroep van de Wildbeheereenheid gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van 17 juni 2025 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om met in achtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.

2.       De Wildbeheereenheid voert aan dat de staatssecretaris nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. De Wildbeheereenheid verzoekt het beroep gegrond te verklaren en de staatssecretaris op te dragen om binnen veertien dagen na verzending van de uitspraak een besluit te nemen, met een dwangsom voor elke dag dat de staatssecretaris die termijn overschrijdt.

3.       De staatssecretaris heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de uitspraak van de rechtbank te schorsen voor zover daarin een opdracht is gegeven.

4.       Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

5.       Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2026:6273, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling de uitspraak van de rechtbank van 5 augustus 2026 geschorst. Dit betekent dat de staatssecretaris geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak met het hierboven genoemde zaaknummer. Het doel van het beroep niet tijdig beslissen is dat degene die belanghebbende is bij een te nemen besluit, kan afdwingen dat een bestuursorgaan daadwerkelijk een besluit neemt. Gelet op de schorsing van de uitspraak van de rechtbank, kan de Wildbeheereenheid het andere het doel dat zij willen bereiken met het beroep, namelijk het door de Afdeling laten stellen van een nieuwe termijn met daarbij behorende dwangsom om de minister aan te zetten tot het nemen van een nieuw besluit, niet meer bereiken. Dit betekent dat zij geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, zodat het procesbelang is ontvallen.

6.       Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

w.g. Verburg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Venema

griffier

973