Bestuursrecht overig

Bij besluit van 25 januari 2016 heeft de Algemene Raad de door [appellant] verschuldigde financiële bijdrage…

Zaakgegevens

Op 21 september 2017 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21 september 2017
Datum publicatie
27 maart 2024
Zaaknummer
201700948/2/A3
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:3627
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 25 januari 2016 heeft de Algemene Raad de door [appellant] verschuldigde financiële bijdrage voor 2016 vastgesteld op € 790,00 (categorie 1). Bij besluit van 6 juli 2016 heeft de Algemene Raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 december 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

201700948/2/A3.

Datum uitspraak: 21 september 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats] (Duitsland),

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 december 2016 in zaak nr. 16/6550 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2016 heeft de Algemene Raad de door [appellant] verschuldigde financiële bijdrage voor 2016 vastgesteld op € 790,00 (categorie 1).

Bij besluit van 6 juli 2016 heeft de Algemene Raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 december 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Algemene Raad heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

Overwegingen

1.       Hetgeen [appellant] als gronden van zijn hoger beroep aanvoert, is een herhaling van de gronden die hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank is hierop in de overwegingen van de aangevallen uitspraak ingegaan. In hoger beroep heeft [appellant] niet uiteengezet, dat en waarom de desbetreffende overwegingen onjuist, dan wel onvolledig zijn. Het aangevoerde geeft derhalve geen aanleiding om die uitspraak te vernietigen.

2.       Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.       Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Noordhoek, griffier.

w.g. Bijloos

lid van de enkelvoudige kamer     

w.g. Noordhoek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2017

819.