Bestuursrecht overig

Ten aanzien van zaak nr. 202103239/1/R1, die op 1 augustus 2023 op zitting zal worden behandeld, heeft mr…

Raad van State, 26 juli 2023

Zaakgegevens

Op 26 juli 2023 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26 juli 2023
Datum publicatie
26 juli 2023
Zaaknummer
202103239/3/R1
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2843
E-mail

Samenvatting

Ten aanzien van zaak nr. 202103239/1/R1, die op 1 augustus 2023 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. J.M.L. Niederer (hierna: de staatsraad), als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 24 juli 2023 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

Uitspraak

202103239/3/R1.

Datum beslissing: 26 juli 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht: hierna: de Awb) van:

mr. J.M.L. Niederer.

Procesverloop

Ten aanzien van zaak nr. 202103239/1/R1, die op 1 augustus 2023 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. J.M.L. Niederer (hierna: de staatsraad), als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 24 juli 2023 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

Overwegingen

1.       Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen.

2.       In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.       De genoemde zaak gaat over de beroepen ingesteld tegen de besluiten van 11 maart 2021 en 31 maart 2021 die zijn vastgesteld door respectievelijk de raad en het college van burgemeester en wethouders van Weert. In deze zaak is een beroep gedaan op het convenant tussen de colleges van burgemeester en wethouders van Weert en Nederweert van 24 augustus 2006. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij burgemeester van Weert is geweest in de periode tussen 1 maart 2005 en 10 januari 2011 en in deze functie het convenant (mede) heeft ondertekend. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de beroepen te voorkomen, heeft hij verzocht om verschoning.

4.       De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.

5.       Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek toegewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. E.J. Daalder en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. Minderhoud

voorzitter

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2023

853