Bestuursrecht overig

Ten aanzien van zaak nr. 202307408/1/A3, die op 23 september 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft…

Raad van State, 15 september 2026

Zaakgegevens

Op 15 september 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 september 2026
Datum publicatie
15 september 2026
Zaaknummer
202307408/2/A3
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5451
E-mail

Samenvatting

Ten aanzien van zaak nr. 202307408/1/A3, die op 23 september 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Daalder, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 11 september 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Staatsraad Daalder heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat mr. M.L. Batting zich namens verweerder als gemachtigde heeft gesteld. Mr. Batting is werkzaam op het kantoor Pels Rijcken, waar hij in het verleden ook aan verbonden is geweest. Hoewel hij sinds 1 januari 2016 niet meer aan dat kantoor is verbonden, heeft hij sindsdien met mr. Batting nauwe persoonlijke contacten onderhouden die tot op heden voortduren. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het hoger beroep te voorkomen, heeft staatsraad Daalder verzocht om verschoning.

Uitspraak

202307408/2/A3.

Datum beslissing: 15 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) van:

mr. E.J. Daalder

Procesverloop

Ten aanzien van zaak nr. 202307408/1/A3, die op 23 september 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Daalder, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 11 september 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

Overwegingen

1.       Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.

In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.       Staatsraad Daalder heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat mr. M.L. Batting zich namens verweerder als gemachtigde heeft gesteld. Mr. Batting is werkzaam op het kantoor Pels Rijcken, waar hij in het verleden ook aan verbonden is geweest. Hoewel hij sinds 1 januari 2016 niet meer aan dat kantoor is verbonden, heeft hij sindsdien met mr. Batting nauwe persoonlijke contacten onderhouden die tot op heden voortduren. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het hoger beroep te voorkomen, heeft staatsraad Daalder verzocht om verschoning.

3.       De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.

4.       Gelet op het vorenstaande, wordt het verzoek toegewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. H.J.M. Besselink, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.

w.g. Uylenburg

voorzitter

w.g. Pieters

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2026

473