Bestuursrecht overig
Ten aanzien van zaak nr. 202404526/1/A2, die op 21 augustus 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft mr…
ECLI:NL:RVS:2024:3367 · Raad van State · 20 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verschoning/ecli-nl-rvs-2024-3367
Zaakgegevens
Op 20 augustus 2024 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2024
- Datum publicatie
- 20 augustus 2024
- Zaaknummer
- 202404526/2/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:3367
Samenvatting
Ten aanzien van zaak nr. 202404526/1/A2, die op 21 augustus 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. G.T.J.M. Jurgens, als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 19 augustus 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat het college van beroep voor de examens van de Radboud Universiteit een van de partijen is. Tot en met juni 2024 was de staatsraad lid van de academische opleidingsraad van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
Uitspraak
202404526/2/A2.
Datum beslissing: 20 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) van:
mr. G.T.J.M. Jurgens.
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nr. 202404526/1/A2, die op 21 augustus 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. G.T.J.M. Jurgens (hierna: de staatsraad), als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 19 augustus 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen.
2. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat het college van beroep voor de examens van de Radboud Universiteit een van de partijen is. Tot en met juni 2024 was de staatsraad lid van de academische opleidingsraad van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
4. De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
5. Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2024
853