Bestuursrecht overig

Tijdens de zitting op 15 oktober 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. W. den Ouden…

Raad van State, 15 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 oktober 2026
Datum publicatie
20 oktober 2026
Zaaknummer
202304224/7/A2
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6182
E-mail

Samenvatting

Tijdens de zitting op 15 oktober 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. W. den Ouden, mr. J.M. Willems, en mr. A.B. Blomberg, als voorzitter en leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak met nummer 202304224/4/A2. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek tot wraking vier wrakingsgronden ten grondslag gelegd. Zo zijn de staatsraden volgens hem partijdig en vooringenomen, omdat hij het proces-verbaal van een eerdere zitting van 13 oktober 2025 niet heeft ontvangen, terwijl hij daar wel om heeft gevraagd. Daarnaast hadden de staatsraden geen gelegenheid mogen bieden tot het aanleveren van geheime stukken door de Nationaal Coördinator Groningen. Verder hebben de staatsraden niet op voorhand gezegd dat zij het rapport van Smeets niet meenemen, terwijl dat rapport volgens hem niet objectief tot stand is gekomen en daardoor dus niet kan worden meegenomen. Tot slot voelt [verzoeker] zich door de staatsraden zowel financieel als fysiek bedreigd.

Uitspraak

202304224/7/A2.

Datum beslissing: 15 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op een verzoek van:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],

verzoeker,

om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Procesverloop

Tijdens de zitting op 15 oktober 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. W. den Ouden, mr. J.M. Willems, en mr. A.B. Blomberg, als voorzitter en leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak met nummer 202304224/4/A2.

De staatsraden hebben niet in de wraking berust.

De staatsraden hebben een schriftelijke reactie gegeven.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op een zitting behandeld op 15 oktober 2026, waar [verzoeker] is verschenen.

Beslissing

Bij mondelinge beslissing van 15 oktober 2026 heeft de Afdeling het verzoek om wraking afgewezen.

Overwegingen

Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.

1.       Op verzoek van een partij kan op grond van artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.       Als maatstaf geldt dat een staatsraad uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.

3.       [verzoeker] heeft aan zijn verzoek tot wraking vier wrakingsgronden ten grondslag gelegd. Zo zijn de staatsraden volgens hem partijdig en vooringenomen, omdat hij het proces-verbaal van een eerdere zitting van 13 oktober 2025 niet heeft ontvangen, terwijl hij daar wel om heeft gevraagd. Daarnaast hadden de staatsraden geen gelegenheid mogen bieden tot het aanleveren van geheime stukken door de Nationaal Coördinator Groningen. Verder hebben de staatsraden niet op voorhand gezegd dat zij het rapport van Smeets niet meenemen, terwijl dat rapport volgens hem niet objectief tot stand is gekomen en daardoor dus niet kan worden meegenomen. Tot slot voelt [verzoeker] zich door de staatsraden zowel financieel als fysiek bedreigd.

4.       De Afdeling wijst het verzoek om wraking af. Zij ziet geen grond voor het oordeel dat de staatsraden partijdig of vooringenomen zijn. Zij licht haar beslissing toe aan de hand van de beoordeling van de vier wrakingsgronden.

5.       Voor zover [verzoeker] erop wijst dat hij het proces-verbaal van de zitting van 13 oktober 2025 niet heeft ontvangen, heeft hij niet concreet onderbouwd waarom het niet hebben ontvangen van het proces-verbaal wijst op vooringenomenheid van de staatsraden. Overigens gaat de Afdeling er gelet op de schriftelijke reactie van de staatsraden vanuit dat het betreffende proces-verbaal twee keer naar [verzoeker] is gestuurd. Maar ook als het proces-verbaal niet zou zijn toegestuurd naar [verzoeker], betekent dit nog niet dat de staatsraden partijdig of vooringenomen zijn.

6.       De Afdeling stelt vast dat de procedure over de kennisgeving van geheime stukken volgens de wettelijke procedure van artikel 8:29 van de Awb is verlopen. Die heeft geleid tot de uitspraak van de geheimhoudingskamer van de Afdeling van 2 juni 2026. In de wijze waarop die procedure heeft plaatsgevonden, ziet de Afdeling geen grond om de staatsraden in deze procedure partijdig of vooringenomen te achten.

7.       De vraag of het rapport van Smeets in de procedure moet worden betrokken, is een vraag waarover de staatsraden in de aanhangige procedure zullen beslissen. Dat de staatsraden een beslissing hierover niet al hebben genomen tijdens de zitting, betekent niet dat ze daarom partijdig of vooringenomen zijn.

8.       Tot slot is het de Afdeling gelet op het aangevoerde en de toelichting van [verzoeker] op de zitting niet gebleken dat de staatsraden [verzoeker] fysiek of financieel hebben bedreigd.

9.       De Afdeling oordeelt dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, voorzitter, en mr. M.C. Stoové en mr. A.C. Rop, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.

w.g. Gundelach

voorzitter

w.g. Van Ewijk

griffier

867