Vreemdelingenrecht

Bij brief van 5 januari 2017 heeft verzoeker de Afdeling verzocht de uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr…

Zaakgegevens

Op 15 juni 2017 heeft de Raad van State in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
15 juni 2017
Datum publicatie
16 juni 2017
Zaaknummer
201701739/1/V2
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:1602
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij brief van 5 januari 2017 heeft verzoeker de Afdeling verzocht de uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2, waarbij de Afdeling het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 27 februari 2015 in zaak nr. 14/7750, kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien.

Uitspraak

201701739/1/V2.

Datum uitspraak: 15 juni 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2.

Procesverloop

Bij brief van 5 januari 2017 heeft verzoeker de Afdeling verzocht de uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2, waarbij de Afdeling het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 27 februari 2015 in zaak nr. 14/7750, kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet als een dergelijk feit of omstandigheid aan te merken.

2.    Het verzoek moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Van de Sluis

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2017

802.