Vreemdelingenrecht
De vreemdelingen hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518…
ECLI:NL:RVS:2017:1739 · Raad van State · 30 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/herziening/ecli-nl-rvs-2017-1739
Zaakgegevens
Op 30 juni 2017 heeft de Raad van State in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 30 juni 2017
- Datum publicatie
- 3 juli 2017
- Zaaknummer
- 201702748/1/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2017:1739
Samenvatting
De vreemdelingen hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518, waarbij het hoger beroep van de vreemdelingen tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 ongegrond is verklaard, te herzien.
Uitspraak
201702748/1/V1.
Datum uitspraak: 30 juni 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling A], [de vreemdeling B], en [de vreemdeling C],
verzoekers,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518.
Procesverloop
De vreemdelingen hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518, waarbij het hoger beroep van de vreemdelingen tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 ongegrond is verklaard, te herzien.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.
2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, griffier.
w.g. Van der Wiel w.g. Groeneweg
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2017
32.