Vreemdelingenrecht

Bij brief van 14 juni 2020 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem heeft de vreemdeling de rechtbank…

Zaakgegevens

Op 29 juli 2020 heeft de Raad van State in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
29 juli 2020
Datum publicatie
29 juli 2020
Zaaknummer
202003653/1/V3
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1806
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij brief van 14 juni 2020 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 23 december 2019 in zaak nr. NL19.25222.

Uitspraak

202003653/1/V3.

Datum uitspraak: 29 juli 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2020 in zaak nr. 201909397/1/V3 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij brief van 14 juni 2020 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 23 december 2019 in zaak nr. NL19.25222.

Bij brief van 30 juni 2020 heeft de rechtbank dat verzoek aan de Afdeling doorgezonden.

Overwegingen

1.    Op het tegen voormelde uitspraak van 23 december 2019 ingestelde hoger beroep heeft de Afdeling bij uitspraak van 27 januari 2020 in zaak nr. 201909397/1/V3 beslist. De rechtbank heeft het verzoek van de vreemdeling daarom terecht aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling, waarop de Afdeling moet beslissen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4821).

2.    De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). De vreemdeling heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.

3.    Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

w.g. Verweij

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2020

722.