Belastingrecht

Dwangsom niet tijdig beslissen toegekend in besluit op bezwaar, daarbij ten onrechte geen oordeel gegeven…

Rechtbank Amsterdam, 26 juni 2023

Zaakgegevens

Op 26 juni 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
26 juni 2023
Datum publicatie
29 juni 2023
Zaaknummer
AWB - 22 _ 2692
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:4003
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dwangsom niet tijdig beslissen toegekend in besluit op bezwaar, daarbij ten onrechte geen oordeel gegeven over de proceskosten in bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 22/2692

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

26 juni 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),

en

De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. D.R. De Vries).

Zitting hebben:

mr. M.W. Speksnijder, rechter,

S. Pecorino, griffier.

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft op 18 maart 2021 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Daartegen heeft eiser op 15 april 2021 bezwaar gemaakt.

Op 3 januari 2022 heeft eiser in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar en verzocht om toekenning van een dwangsom. Bij besluit van 17 januari 2022 heeft de heffingsambtenaar dat verzoek afgewezen.

Met de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het besluit van 17 januari 2022 herzien en eiser alsnog de maximale dwangsom van € 1.442,- toegekend.

Het beroep richt zich tegen het niet toekennen van een proceskostenvergoeding in het bestreden besluit. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: [de persoon] als waarnemer van de gemachtigde van eiser.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover daarin geen vergoeding voor de proceskosten van eiser in bezwaar is toegekend;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraak op bezwaar;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 717,- aan eiser aan proceskosten in bezwaar en beroep.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat het beroep zich alleen richt tegen het niet toekennen van een vergoeding voor de kosten van de bezwaarprocedure in de uitspraak op bezwaar. In het verweerschrift heeft de heffingsambtenaar erkend dat in de uitspraak op bezwaar ten onrechte geen oordeel is gegeven over de proceskosten, nu naar aanleiding van het bezwaar het besluit van 17 januari 2022 is herroepen.

2. Het voorgaande betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover daarbij geen vergoeding voor de proceskosten in bezwaar is toegewezen.

3. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en veroordeelt de heffingsambtenaar in de door eiser gemaakte proceskosten in bezwaar. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt het gewicht van de zaak vastgesteld op 0.25. Voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (het indienen van een bezwaarschrift en de hoorzitting) in de bezwaarfase worden twee punten toegekend à € 597,- per punt.

4. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar verder het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten in beroep. Voor het indienen van een beroepschrift en het verschijnen ter zitting worden eveneens twee punten toegekend, à € 837,- per punt. Het gewicht van de zaak wordt ook in beroep vastgesteld op 0.25.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, rechter, in aanwezigheid van S. Pecorino, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2023.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.