Belastingrecht

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Gegrond. Laden en lossen. HA vernietigt de NHA op zitting.

Rechtbank Amsterdam, 25 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 25 augustus 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
25 augustus 2025
Datum publicatie
25 augustus 2025
Zaaknummer
AMS 24/6199
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:6239
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Gegrond. Laden en lossen. HA vernietigt de NHA op zitting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 24/6199

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.

Met de uitspraak op bezwaar van 26 juli 2024 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2025. Eiser is verschenen, vergezeld door [naam 1] . Namens de heffingsambtenaar is verschenen [naam 2] .

Overwegingen

1. Op 21 juni 2024 stond de auto van eiser, met kenteken [kenteken] stil in een parkeervak ter hoogte van [adres 1] te [plaats] . Om 19.24 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd.

2. Volgens eiser is de naheffingsaanslag parkeerbelasting onterecht opgelegd. Volgens eiser reed de scanauto vlak achter hem de straat in. Op de scanfoto’s is daarom te zien dat hij nog in de auto zit. Eiser stelt dat er sprake was van het lossen van een zwaar goed, namelijk een wijnrek. Eiser is maximaal twee minuten bij huisnummer [nummer] geweest om het zware wijnrek af te geven. De bewoner heeft hem geholpen met het naar binnen tillen van het wijnrek. Daarna is eiser direct vertrokken van deze locatie. Ter onderbouwing daarvan verwijst eiser naar een parkeeractie van 19.46 uur tot 00.55 uur in de [adres 2]. Volgens Google Maps duurt het minimaal 16 minuten om naar deze locatie te rijden.

3. De heffingsambtenaar is van mening dat eiser alsnog aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van laden en lossen en dat eiser daarvoor slechts kortstondig stilstond in het parkeervak. De heffingsambtenaar vindt daarom dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting moet worden vernietigd. De heffingsambtenaar laat weten dat het eventueel betaalde bedrag voor deze naheffingsaanslag zal worden terugbetaald en dat de heffingsambtenaar het griffierecht zal vergoeden.

Conclusie

4. Het beroep is gegrond. Eiser heeft om vergoeding van zijn reiskosten gevraagd van 112 maal € 0,28 (in totaal: € 31,36) en parkeerkosten van € 15,-. De rechtbank ziet aanleiding om de heffingsambtenaar te veroordelen in de reiskosten en parkeerkosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt vastgesteld op € 46,36 (= € 31,36 + € 15,-). Ook heeft eiser om vergoeding van verletkosten gevraagd van € 530,-. Hij heeft dit bedrag echter niet nader onderbouwd met stukken. Zoals ook op het formulier proceskosten staat vermeld, dient een verzoek voor de vergoeding van de verletkosten te worden onderbouwd. Nu eiser dit onvoldoende heeft gedaan, komen de verletkosten niet voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast heeft eiser om vergoeding van de getuigenkosten gevraagd van € 375,-. Naar het oordeel van de rechtbank komen de getuigenkosten niet voor vergoeding in aanmerking, omdat eiser geen getuige heeft aangemeld overeenkomstig artikel 8:60, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft ter zitting [naam 1] ook niet in de hoedanigheid van getuige gehoord.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt de bestreden uitspaak op bezwaar van 26 juli 2024;

  • herroept de naheffingsaanslag parkeerbelasting;

  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het bedrag van € 31,36 aan reiskosten en € 15,- aan parkeerkosten aan eiser moet vergoeden;

  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.