Belastingrecht

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Beroep N-O. Geen procesbelang, HA is reeds volledig aan eiser…

Rechtbank Amsterdam, 15 juli 2025

Zaakgegevens

Op 15 juli 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 juli 2025
Datum publicatie
25 augustus 2025
Zaaknummer
AMS 25/99
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:6241
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Beroep N-O. Geen procesbelang, HA is reeds volledig aan eiser tegemoetgekomen door de NHA te vernietigen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/99

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

15 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.

Met de uitspraak op bezwaar van 11 december 2024 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2025. Eiser is niet verschenen. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [naam] .

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De heffingsambtenaar heeft in het verweerschrift van 3 juli 2025 aangegeven dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting onterecht is opgelegd en dat deze wordt vernietigd. Nader onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat het voertuig van eiser niet geparkeerd stond op een fiscale parkeerplek. De heffingsambtenaar heeft ook laten weten dat het eventueel betaalde bedrag voor deze naheffingsaanslag zal worden terugbetaald en dat de heffingsambtenaar het griffierecht zal vergoeden. Met de vernietiging van de naheffingsaanslag parkeerbelasting is de heffingsambtenaar volledig tegemoet gekomen aan het beroep van eiser.

3. De rechtbank stelt vast dat er met de vernietiging van de naheffingsaanslag parkeerbelasting geen procesbelang meer bestaat bij een oordeel over het beroep. Eiser kan namelijk niet meer bereiken dan wat hij heeft bereikt. Het beroep is dan ook
niet-ontvankelijk.

4. Overigens heeft eiser op 16 juli 2025 een ingevulde intrekkingsverklaring ingediend. Dit is echter te laat, nu het onderzoek op 15 juli 2025 reeds was gesloten en mondeling uitspraak is gedaan. De intrekkingsverklaring laat de rechtbank dus buiten beschouwing.

5. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht verplicht is het door eiser betaalde griffierecht van

€ 53,- te vergoeden. Eiser zal zich hiervoor tot de heffingsambtenaar moeten wenden. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.