Belastingrecht
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kenteken deels onleesbaar. Ongegrond.
Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8423 · Rechtbank Amsterdam · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-8423
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- AMS 26/195
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:8423
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kenteken deels onleesbaar. Ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 26/195
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
Procesverloop
Met het besluit van 27 november 2025 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Eiser heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. Met de uitspraak op bezwaar van
29 december 2025 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [de persoon].
Overwegingen
1. Op 24 november 2025 stond een voertuig stil in een parkeervak ter hoogte van [adres]. Om 19:30 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan. Op de foto’s van de scanauto is te zien dat het een zwarte [automerk] betreft waarvan het kenteken
[kenteken 1] leesbaar is. De laatste twee cijfers van het kenteken zijn afgeplakt. Omdat een zwarte [automerk] met het kenteken [kenteken 2] op naam van eiser staat, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag aan eiser opgelegd.
2. Volgens eiser gaat het niet om (het kenteken van) zijn auto.
3. De heffingsambtenaar stelt dat eiser volgens de gegevens van het RDW eigenaar is van een zwarte [automerk] met kenteken [kenteken 2]. Op de scanfoto's is zichtbaar dat een gedeelte van het kenteken is afgeplakt. Desondanks kon het voertuig op basis van de zichtbare kentekendelen, de voertuigkenmerken (merk, type, kleur en overige onderscheidende kenmerken) en de beschikbare registraties worden geïdentificeerd als het voertuig dat geregistreerd staat op naam van eiser.
Beoordeling door de rechtbank
4. Op de overgelegde foto’s van de scanauto is te zien dat het voertuig een zwarte [automerk] betreft en is het kenteken [kenteken 1] zichtbaar. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar meer uitleg gegeven over de gehanteerde zoekslag. De heffingsambtenaar heeft door middel van de openbare kentekencheck in het RDW onderzocht welke voertuigen aan dit kenteken gekoppeld zouden kunnen zijn. Omdat twee cijfers van het kenteken zijn afgeplakt, zijn er (10x10) 100 combinaties mogelijk. Uit het onderzoek van de heffingsambtenaar komt naar voren dat alleen het kenteken [kenteken 2] een zwarte [automerk] betreft. Andere combinaties betreffen voertuigen van een ander merk, een andere kleur of een kenteken dat niet is uitgegeven. Op basis van deze gegevens kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat het gescande voertuig op dat moment het kenteken [kenteken 2] had en aan eiser toebehoorde. De rechtbank oordeelt daarom dat de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk heeft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier.
griffier rechter
Uitgesproken op 2 juli 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.