Bestuursprocesrecht
Vovo. Bij het verzoekschrift is het bezwaarschrift en het bestreden besluit niet overgeled. Hersteltermijn…
Rechtbank Amsterdam, 25 juli 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:5428 · Rechtbank Amsterdam · 25 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2025-5428
Zaakgegevens
Op 25 juli 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juli 2025
- Datum publicatie
- 24 juli 2025
- Zaaknummer
- 25/3937
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:5428
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo. Bij het verzoekschrift is het bezwaarschrift en het bestreden besluit niet overgeled. Hersteltermijn geboden. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3937
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoekers], uit Amsterdam, verzoekers
(gemachtigde: mr. J. Smit),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college.
Overwegingen
1. Uit artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overleggen. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het verzoek op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
2. Bij het verzoekschrift van 19 juni 2025 is het bezwaarschrift en het besluit waarop het verzoek betrekking heeft, niet overgelegd. Met een e-mailbericht van
23 juni 2025 zijn verzoekers erop gewezen dat de bijlagen bij het verzoekschrift ontbreken. Verzoekers hebben niet gereageerd op dit e-mailbericht.
3. Met de brief van 2 juli 2025 zijn verzoekers erop gewezen dat het verzoekschrift niet voldoet aan de voorwaarden die aan een verzoekschrift worden gesteld. Verzoekers zijn verzocht een kopie toe te sturen van het besluit waar zij het niet mee eens zijn en van het bezwaarschift. Verzoekers zijn verzocht om binnen één week dit verzuim te herstellen. Verder is in deze brief vermeld dat het niet toesturen van de gevraagde stukken kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Ook heeft de griffier op 2 juli 2025 hierover telefonisch contact gehad met de gemachtigde van verzoekers.
4. De voorzieningenrechter constateert dat verzoekers niet binnen de hersteltermijn een afschrift van het bezwaarschrift en van het besluit hebben overgelegd. Verzoekers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim. Nu er geen besluit en geen bezwaarschrift is, is niet voldaan aan de vereisten van formele en materiële connexiteit.
5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: