Bestuursprocesrecht

Voorlopige voorziening. Verzoek voldoet niet aan het materiële connexiteitsvereiste.

Rechtbank Amsterdam, 24 februari 2025

Zaakgegevens

Op 24 februari 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
24 februari 2025
Datum publicatie
21 februari 2025
Zaaknummer
AWB - 25 _ 1031
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:1109
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Verzoek voldoet niet aan het materiële connexiteitsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/1031

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 februari 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , te Amsterdam, verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Met het besluit van 1 november 2024 en het besluit van 20 november 2024 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag om bijzondere bijstand van verzoekster afgewezen.

Met het besluit van 15 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door verweerder. Zij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en daarbij het bestreden besluit bijgevoegd.

De beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Met andere woorden, er moet een samenhang (connexiteit) bestaan tussen het verzoek om een voorlopige voorziening en de hoofdzaak. Dit volgt uit artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

4. Het connexiteitsvereiste van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kent een formeel en materieel (inhoudelijk) aspect. Het vereiste van formele connexiteit houdt in dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen, als er ook een bodemprocedure aanhangig is, in dit geval een beroepsprocedure. Daarnaast moet sprake zijn van materiële connexiteit. Dit houdt in dat de gevraagde voorlopige voorziening betrekking moet hebben op het in de bodemprocedure bestreden besluit.

5. Verzoekster heeft in haar verzoekschrift aangegeven dat zij te maken heeft met een huurachterstand en een aanstaande energieafsluiting. Zij is aangemeld bij de schuldhulpverlening, maar er is daar een lange wachtlijst en ze weet niet wanneer ze geholpen kan worden. Zij vraagt met de voorlopige voorziening dat verweerder haar bijzondere bijstand toekent voor de hoge energiekosten en de jaarafrekening. Het verzoek van verzoekster ziet dan ook op het bestreden besluit.

6. Het beroep van eiseres ziet hier echter niet op. In het beroepschrift van verzoekster vraagt zij de rechtbank om verweerder op te dragen binnen een redelijke termijn een besluit te laten nemen over haar energietoeslag en verweerder daarbij een dwangsom op te leggen, omdat verweerder niet tijdig een besluit heeft genomen op haar aanvraag om energietoeslag.

7. In dit geval voldoet het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook niet aan het materiële connexiteitsvereiste.

8. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb buiten zitting uitspraak zal doen.

9. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
24 februari 2025.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.