Bestuursprocesrecht
Vovo buiten zitting. Geen formele en materiële connexiteit. Verzoek niet-ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam, 4 juni 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:3712 · Rechtbank Amsterdam · 4 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbams-2025-3712
Zaakgegevens
Op 4 juni 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 juni 2025
- Datum publicatie
- 4 juni 2025
- Zaaknummer
- AWB - 25 _ 2949
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:3712
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo buiten zitting. Geen formele en materiële connexiteit. Verzoek niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/2949
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juni 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,
en
Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 13 mei 2025 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Uit artikel 8:81 van de Algemene wetbestuursrecht (Awb) vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Zo moet er naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake zijn van een bezwaar- of beroepszaak. Dit is het formele connexiteitsvereiste. Daarnaast moet wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken ook betrekking hebben op de inhoud van het aangevochten besluit. Dit is het materiële connexiteitsvereiste.
2. Verzoekster heeft (pro forma) gevraagd om een voorlopige voorziening in een beroepsprocedure met verweerder. Zij heeft deze ingediend vanwege geldnood en om voor zichzelf rust te creëren. Daarbij heeft zij een mail van een medewerker van Reade, een brief van het Openbaar Ministerie van 26 oktober 2022 en een brief van de gemeente [woonplaats] van 23 oktober 2020 overgelegd.
3. Met de brief van 13 mei 2025 is verzoekster erop gewezen dat het verzoekschrift niet voldoet aan de voorwaarden die aan een verzoekschrift worden gesteld. Verzoekster is verzocht toe te lichten met welk besluit zij het niet eens is, de gronden van haar verzoek mede te delen, het spoedeisend belang te onderbouwen en een kopie van het besluit waar zij het niet mee eens is toe te sturen. Verzoekster is verzocht om binnen één week dit verzuim te herstellen. Verder is in deze brief expliciet vermeld dat het niet toesturen van de gevraagde stukken kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift.
4. De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster niet binnen de hersteltermijn heeft toegelicht met welk besluit zij het niet eens is en geen kopie van het besluit waar zij het niet mee eens is heeft meegestuurd. De nadere stukken die verzoekster heeft ingediend zijn geen stukken waaruit de formele en materiële connexiteit blijkt. Zo heeft verzoekster een dwangbevel van het Noordelijk belastingkantoor en een brief van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) van 19 februari 2025 overgelegd. Tegen het dwangbevel kan verzoekster alleen in verzet en de brief van de AIVD is geen besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.
5. De voorzieningenrechter ziet niet hoe zij verzoekster behulpzaam kan zijn in haar verzoek. Het verzoek moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.