Omgevingsrecht
Aanvraag wijziging verleende opsporingsvergunning koolwaterstoffen. De minister verzet zich niet tegen het…
Rechtbank Amsterdam, 30 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:10548 · Rechtbank Amsterdam · 30 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/omgevingsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbams-2025-10548
Zaakgegevens
Op 30 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 december 2025
- Datum publicatie
- 30 december 2025
- Zaaknummer
- AWB - 25 _ 7243
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:10548
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag wijziging verleende opsporingsvergunning koolwaterstoffen. De minister verzet zich niet tegen het toewijzen van de gevraagde voorziening. Voorziening toegewezen. Verzoek om vergoeding pkv toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/7243
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 december 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. E.A.G. Kortstam),
en
de Minister van Klimaat en Groene Groei, de Minister
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvragen om wijziging van de aan haar verleende opsporingsvergunning koolwaterstoffen [plaatsnaam] en de opsporingsvergunning koolwaterstoffen [plaatsnaam1] , in die zin dat het tijdvak waarvoor deze vergunningen gelden met acht jaar wordt verlengd.
De Minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 17 december 2025 (de primaire besluiten) afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, met goedkeuring van partijen, zonder zitting afgedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op 23 december 2025 heeft de Minister de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen het toewijzen van de gevraagde voorziening in deze procedure.
3. Gelet op het bovenstaande, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter zal de hierna te melden voorlopige voorziening treffen.
Conclusie en gevolgen
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. De voorzieningenrechter zal een voorlopige voorziening treffen inhoudende dat het tijdvak van de aan verzoekster verleende opsporingsvergunning koolwaterstoffen [plaatsnaam] en opsporingsvergunning [plaatsnaam1] wordt geacht te zijn verlengd tot 6 weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de Minister het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Verzoekster krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. De Minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling, namelijk € 907,-. De gemachtigde heeft in deze zaak een verzoekschrift ingediend.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
-
schorst de primaire besluiten tot 6 weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
-
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het tijdvak van de aan verzoekster verleende opsporingsvergunning [plaatsnaam] en [plaatsnaam1] moeten worden geacht te zijn verlengd tot 6 weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
-
bepaalt dat de Minister het griffierecht van € 385,- aan verzoekster moet vergoeden;
-
veroordeelt de Minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Delstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 december 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: