Burgerlijk procesrecht
Vonnis in incident, vordering tot voeging artikel 222 Rv afgewezen. Feitencomplexen en juridische…
Rechtbank Amsterdam, 5 februari 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:11458 · Rechtbank Amsterdam · 5 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2025-11458
Zaakgegevens
Op 5 februari 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 februari 2025
- Datum publicatie
- 26 mei 2026
- Zaaknummer
- 758114 HA ZA 24-1146
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.W Duthler, mr. M. Smit
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:11458
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vonnis in incident, vordering tot voeging artikel 222 Rv afgewezen. Feitencomplexen en juridische geschilpunten verschillen, waardoor geen sprake is van verknochtheid.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/758114 / HA ZA 24-1146
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
CF NETHERLANDS HOLDINGS LIMITED B.V.,
te Amsterdam,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
hierna te noemen: CF,
advocaat: mr. A.W. Duthler,
tegen
1 FRONTYRION B.V.,
te Amsterdam,
2. [gedaagde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
hierna samen te noemen: Frontyrion c.s.,
advocaat: mr. M. Smit.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 oktober 2024 met producties,
- de conclusie houdende de incidentele vordering tot voeging ex artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties,
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 De vordering in de hoofdzaak
In de hoofdzaak vordert CF dat Frontyrion c.s. primair wordt veroordeeld tot betaling van € 1.107.515,91 op grond van onrechtmatige daad. Subsidiair wordt hetzelfde bedrag gevorderd van Frontyrion op grond van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst tussen CF en Frontyrion. Het bedrag dat CF vordert bestaat uit de hoofdsom van € 1.063.762,91 en € 43.750,00 exclusief btw aan kosten voor onderzoek door een forensisch onderzoeksbureau. De hoofdsom is het totaal van een zestal betalingen die zijn gedaan vanaf de rekening van CF naar een rekeningnummer van een onbekende derde. Dit zijn volgens CF frauduleuze betalingen die niet hadden mogen plaatsvinden. De betalingen zijn gedaan vanaf het betaalplatform van Currencycloud en Frontyrion c.s. was hierbij betrokken omdat zij de betaalrekening van CF beheerde, betaalinstructies verstuurde en de communicatie tussen CF en Currencycloud verzorgde. Zowel Frontyrion c.s. als Currencycloud zijn aansprakelijk voor de schade die CF heeft geleden, aldus CF en in de onderhavige hoofdzaak vordert CF vergoeding van die schade van Frontyrion c.s.
3 De vordering in het incident
Frontyrion c.s. vordert dat de onderhavige hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/754791 HA ZA 24-867 tussen CF als eiseres en Currencycloud B.V. (hierna: Currencycloud) als gedaagde. Frontyrion c.s. legt aan haar incidentele vordering ten grondslag dat de procedures sterk met elkaar verknocht zijn, omdat in beiden dezelfde vordering met betrekking tot exact dezelfde schade is ingesteld, op basis van hetzelfde feitencomplex.. Er is dus sprake van verknochtheid. Het enige verschil volgens Frontyrion c.s. is dat er bij de onderhavige hoofdzaak ook een vermeende tekortkoming in de nakoming van een contractuele verplichting aan de vordering ten grondslag is gelegd. Currencycloud is alleen op grond van onrechtmatige daad voor de gestelde schade aansprakelijk gesteld. Frontyrion c.s. heeft geconcludeerd dat zij belang heeft bij gevoegde behandeling van de twee zaken omdat er zodanige samenhang is tussen beide zaken dat consistentie van uitspraken geboden is.
CF heeft verweer gevoerd en stelt dat het voegen van de zaken in strijd is met de goede procesorde en dat er geen sprake is van verknochtheid/connexiteit in de zin van artikel 222 Rv. Bij voeging van de zaken zou bij een gezamenlijke behandeling te weinig ruime zijn om voldoende aandacht te besteden aan de vorderingen en grondslagen in beide zaken. Dit komt doordat de dienstverlening van Frontyrion c.s. en Currencycloud weliswaar in elkaars verlengde liggen, maar deze wezenlijk verschillend zijn. De dienstverlening van Currencycloud is een ook een stuk complexer en bovendien vallen Currencycloud enerzijds en Frontyrion c.s. anderzijds niet onder dezelfde wet- en regelgeving, aldus CF. CF heeft bovendien geen rechtstreekse (contractuele) relatie met Currencycloud, maar wel met Frontyrion c.s. Ook de feitelijke verwijten aan het adres van Currencycloud zijn van andere aard dan hetgeen Frontyrion c.s. feitelijk wordt verweten. Daar komt nog bij dat in de zaak tegen Currencycloud reeds een mondelinge behandeling gepland is op 6 maart 2025.
4 Beoordeling
De rechtbank overweegt allereerst dat het incident tijdig is ingesteld gelet op het bepaalde in artikel 220 lid 3 Rv. Ingevolge artikel 222 Rv is voeging mogelijk in geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk zaken aanhangig zijn of indien voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn.
Van verknochtheid is sprake wanneer de feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere, dan wel daarmee zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is.
De rechtbank wijst de incidentele vordering tot voeging van Frontyrion c.s. af. Hoewel de zaken tegen Frontyrion c.s. en Currencycloud gelijkenissen vertonen omdat het over dezelfde schade gaat, zijn de juridische geschilpunten niet identiek. Bij voeging van de zaken zou de rechtbank de twee zaken gezamenlijk behandelen, maar dit betekent dat de twee zaken alsnog afzonderlijk van elkaar beoordeeld moeten worden omdat de werkzaamheden van Currencycloud en Frontyrion c.s. wezenlijk anders zijn. Dat betekent ook dat de juridische geschilpunten vanuit twee verschillende feitencomplexen moeten worden belicht. Het feitencomplex verschilt immers ten aanzien van de taken en handelingen van Frontyrion c.s. respectievelijk Currencycloud. Waarom consistentie van uitspraken hier noodzakelijk is heeft Frontyrion c.s. niet toegelicht en dat geldt ook voor haar belang bij voeging. Het is mogelijk dat zowel Frontyrion c.s. als Currencycloud aansprakelijk zijn voor de gestelde schade van CF, maar dat maakt nog niet dat het belang bij voeging gegeven is. Consistentie van uitspraken zou noodzakelijk kunnen zijn als de aansprakelijkheid van de één, de aansprakelijkheid van de ander uitsluit of beïnvloedt. Dat dat hier het geval is, is niet gesteld door Frontyrion c.s.
Frontyrion c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. Deze worden tot heden begroot op € 2.178,50 (0,5 punt x tarief VIII). De nakosten worden begroot en zijn toewijsbaar op de wijze als bij de beslissing vermeld.
5 De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst de vordering af,
veroordeelt Frontyrion c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van CF begroot op € 2.178,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de nakosten van € 178,00 en te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Frontyrion c.s. niet tijdig betaalt en het vonnis daarna wordt betekend,
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 17 februari 2025 voor beraad mondelinge behandeling,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. L. Schwalb, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.