Civiel recht overig

Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.

Rechtbank Amsterdam, 11 februari 2020

Zaakgegevens

Op 11 februari 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 februari 2020
Datum publicatie
2 maart 2020
Zaaknummer
C/13 / 679505 / FA RK 20/588
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. J.G.L. Dorrestein te Amsterdam.
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:1291
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13 / 679505 / FA RK 20/588

kenmerk: 1019605

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 11 februari 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene]

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. J.G.L. Dorrestein te Amsterdam.

1 Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 8 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 8 februari 2020;

  • de medische verklaring d.d. 8 februari 2020.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 februari 2020, bij [kliniek] , locatie [locatie] .

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- raadsvrouw betrokkene, mr. J.G.L. Dorrestein;

- psychiater, mevrouw E. Suk;

- arts, mevrouw M. Sno.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

2 Beoordeling

2.1

Uit de overgelegde stukken, het gehouden verhoor en de verkregen inlichtingen is het volgende gebleken.

Betrokkene geeft tijdens de mondelinge behandeling aan naar huis te willen. Thuis ontvangt zij wekelijks ambulante hulp van HvO Querido en begeleiding gaat mee naar afspraken. Zij wil graag samen met hen een plan opstellen. Verder is betrokkene zich bewust van het feit dat het niet goed met haar ging. Zij is bereid om het verblijf in de kliniek op vrijwillige basis te continueren.


De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de ernstige nadelen, zoals deze beschreven staan in de medische verklaring, niet meer van toepassing zijn. Zij benadrukt dat betrokkene bereid is om het verblijf in de kliniek op vrijwillige basis voort te zetten. Positief is dat betrokkene in samenspraak vanuit een ambulant kader een plan wil opstellen. De psychiater stelt zich op het standpunt dat de voortzetting van de crisismaatregel niet langer nodig.

De raadsvrouw concludeert, in navolging op de lezing van de psychiater, tot afwijzing van het onderhavige verzoek.


De rechtbank is, op basis van de toelichting van de psychiater tijdens de mondelinge behandeling, van oordeel dat ten aanzien van betrokkene op dit moment geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Bovendien is er een alternatief voorhanden, anders dan een klinische opname van betrokkene, om eventueel toekomstig gevaar af te wenden, namelijk een ambulante behandeling van betrokkene op vrijwillige basis. Nu betrokkene tijdens de mondelinge behandeling heeft meegedeeld achter een dergelijke behandeling te staan, gaat de rechtbank er van uit dat betrokkene deze bereidheid gestand zal doen. De rechtbank zal het onderhavige verzoek daarom afwijzen.

3
3. Beslissing

De rechtbank:

Wijst af het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] .

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. H.L.L. Briët, rechter, en op 11 februari 2020 in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door G.P. Menkveld als griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.