Civiel recht overig
Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Amsterdam, 7 januari 2009
ECLI:NL:RBAMS:2009:BH0151 · Rechtbank Amsterdam · 7 januari 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2009-bh0151
Zaakgegevens
Op 7 januari 2009 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 918770 DX 07-2143
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2009:BH0151
Samenvatting
Rolmededeling
Uitspraak
rolmededeling
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Kanton
Locatie Amsterdam
Zaak- en rolnummer: 918770 DX 07-2143
Rolmededeling van 7 januari 2009
F.no.: 616
i n z a k e
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser in conventie,
verweerder in receonventie,
nader te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. L.E.M. de Vries-Blom,
t e g e n
de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
nader te noemen Dexia,
gemachtigde: dw. P. Swier.
Bij rolmededeling van 26 november 2008 is de onderhavige zaak aangehouden in afwachting van een arrest van de Hoge Raad waarin rechtsvragen zullen worden beantwoord die partijen in effectenleasezaken verdeeld houden.
[eiser] heeft bij akte gemotiveerd verzocht de behandeling van de zaak voort te zetten. Dexia heeft bij akte op dit verzoek gereageerd.
In de onderhavige zaak is een onderwerp aan de orde dat thans niet aan de Hoge Raad is voorgelegd en waaromtrent de Hoge Raad in zijn arrest van 28 maart 2008 reeds een beslissing heeft gegeven, namelijk het beroep op vernietiging van de effectenleaseovereenkomst op grond van de artikelen 1:88/89 Burgerlijk Wetboek. Dit brengt mee dat de behandeling en beslissing van de onderhavige zaak dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond. Dit betekent dat de zaak wordt verwezen naar de rol van 14 januari 2009 voor vonnis.