Civiel recht overig

KG totstandkoming overeenkomst

Rechtbank Amsterdam, 20 maart 2019

Zaakgegevens

Op 20 maart 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 maart 2019
Datum publicatie
16 april 2019
Zaaknummer
C/13/661659 / KG ZA 19-126
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:2775
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

KG totstandkoming overeenkomst

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/661659 / KG ZA 19-126 AB/TF

Vonnis in kort geding van 20 maart 2019

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[eiseres bij dagvaarding] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 8 februari 2019,

advocaat mr. R.A. Wuijster te Eijsden,

tegen

1. de commanditaire vennootschap

TRANSAVIA AIRLINES C.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRANSAVIA AIRLINES B.V.,

beide gevestigd te Schiphol (Gemeente Haarlemmermeer),

gedaagden,

advocaat mr. J.K. de Groot te Amsterdam.

Eiseres zal hierna [eiseres bij dagvaarding] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk Transavia worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 5 maart 2019 heeft [eiseres bij dagvaarding] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Transavia heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties (aan de zijde van Transavia ook een conclusie van antwoord) en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben zij verzocht om vonnis.

Ter zitting waren, voor zover van belang, aanwezig:

aan de zijde van [eiseres bij dagvaarding] : [naam medewerker eiseres] ( [functie] ) met mr. Wuijster,

aan de zijde van Transavia: [naam medewerker 1 Transavia] ( [functie medewerker 1] ), [naam medewerker 2 Transavia] ( [functie medewerker 2] ) met mr. De Groot en haar kantoorgenoot mr. G.A. Smit.

2. De feiten

2.1.

Transavia Airlines B.V. is beherend vennoot en vertegenwoordiger van Transavia Airlines C.V.

2.2.

Transavia heeft een overeenkomst aanbesteed voor het vervoer vanaf 1 april 2019 van haar cockpit- en cabinepersoneel tussen de verschillende binnen Nederland gelegen luchthavens en hotels.

2.3.

In het kader van haar marktconsultatie heeft Transavia op 8 juni 2018 diverse partijen een request for information met bijlagen gestuurd. Op basis van de aangeleverde informatie heeft Transavia op 10 augustus 2018 aan een aantal partijen de door haar als productie 5 overgelegde request for proposal gestuurd en gevraagd een offerte uit te brengen.

2.4.

Op 10 september 2018 heeft de huidige opdrachtnemer Met & Co een offerte uitgebracht. Op 11 januari 2019 heeft zij aan Transavia meegedeeld haar offerte in te trekken, omdat een nieuw contract voor haar niet meer rendabel is.

2.5.

Op 15 januari 2019 heeft Transavia [eiseres bij dagvaarding] uitgenodigd om een offerte in te dienen.

2.6.

Op 21 januari 2019 heeft [eiseres bij dagvaarding] een offerte uitgebracht met een kwalitatief en financieel aanbod. [eiseres bij dagvaarding] heeft een 13-pagina’s tellend “ Proposal 21 January 2019 by [eiseres bij dagvaarding] concerning management & execution of Transavia ground transport crew members” ingediend, inclusief een gedetailleerde prijsstelling en appendices met informatie over haar beschikbare materieel en personeel, interne kwaliteitsbeschrijvingen en extern geauditeerde certificaten en verslagen.

2.7.

Op 23 januari 2019 heeft [eiseres bij dagvaarding] haar aanbod gepresenteerd aan een aantal afgevaardigden van Transavia. Op 25 januari 2019 heeft Transavia conform de procedure in de request for proposal een bezoek gebracht aan het bedrijf van [eiseres bij dagvaarding] .

2.8.

In een brief van 24 januari 2019 van [eiseres bij dagvaarding] aan Transavia, die Transavia stelt wel te hebben ontvangen, maar per abuis niet eerder te hebben geraadpleegd dan kort voor de zitting, staat voor zover van belang het volgende:

(…)Wij menen er goed aan te doen, om in aanvulling op onze aanbieding, in te gaan op een tweetal door u aangestipte aspecten van onze aanbieding, welke kort samengevat als volgt zijn.

  1. Hoe garandeert [eiseres bij dagvaarding] dat zij in staat is met haar aanbieding de onderhavige overeenkomst bedrijfseconomisch verantwoord uit te voeren;

  2. Hoe garandeert [eiseres bij dagvaarding] dat zij de mogelijkheid uitsluit van een gelijksoortige situatie waarbij de huidige opdrachtgever op zeer korte termijn de overeenkomst beëindigt, omdat deze niet langer financieel verantwoord zou zijn;

(…)

U bent daarnaast op de hoogte van de besprekingen zoals deze gevoerd worden door ons met Met en Co. Dit zou mogelijk het beeld van Transavia kunnen vertroebelen van onze aanbieding en de beoordeling daarvan. Elke mogelijke twijfel daarover willen wij uit de weg ruimen. Daarom benadrukken wij dat onze aanbieding als “standalone” is samengesteld, en los moet worden gezien van welke uitkomst dan ook van deze besprekingen.

2.9.

In een e-mail van 28 januari 2019 van Transavia aan [eiseres bij dagvaarding] staat, voor zover van belang, het volgende:

(…) Naar aanleiding van ons gesprek zojuist.

Hierbij nogmaals de bevestiging dat wij met jullie de contract onderhandeling willen opstarten.

Volgende week hebben wij een meeting met de interne stakeholders in dit kader.

Daarna komen wij bij jullie terug ten aanzien van de vervolgstappen.

We zien uit naar een goede samenwerking en hopen dat jullie spoedig tot overeenstemming komen met Met & Co!

Lukt het om voor eind van deze week uitsluitsel te geven of er overeenstemming is bereikt?

Mocht het bij nader inzien niet lukken dan houden ons het recht voor met de nummer 2 uit de Rfp alsnog de gesprekken op te starten.

(…)

2.10.

Op 30 januari 2019 heeft in Den Haag een gesprek tussen [naam medewerker eiseres] van [eiseres bij dagvaarding] en [naam medewerker 1 Transavia] van Transavia plaatsgevonden.

2.11.

In een e-mail van 30 januari 2019 om 15:20 uur heeft [eiseres bij dagvaarding] , voor zover van belang, het volgende aan Transavia meegedeeld:

(…) Wij zijn verheugd om volgende week de contractonderhandelingen op te mogen starten.

Mede met referte aan ons persoonlijk onderhoud van hedenochtend bevestigen wij hierbij het implementatieteam inmiddels te hebben samengesteld. Ons team bestaat uit: (…)

2.12.

In een e-mail dezelfde dag om 18:00 uur heeft Transavia, voor zover van belang, het volgende aan [eiseres bij dagvaarding] meegedeeld:

(…) Na de meeting volgende week komen wij bij u terug ….

Ten aanzien van het implementatieteam.., Op welke wijze haakt iemand aan van de firma Met & Co ter ondersteuning van de implementatie?

(…)

2.13.

In een brief van 31 januari 2019 heeft Met & Co aan Transavia meegedeeld dat zij uit economische overwegingen haar taxi-activiteiten in plaats van op 1 april 2019 al per 1 maart 2019 zal stopzetten.

2.14.

Bij e-mail van 1 februari 2019 heeft [eiseres bij dagvaarding] geantwoord op de e-mail onder 2.12.

2.15.

In een e-mail van 1 februari 2019 om 13.53 uur heeft Transavia na intern overleg aan [eiseres bij dagvaarding] telefonisch en schriftelijk meegedeeld dat zij de contractonderhandelingen niet met haar zal voortzetten en dat gewijzigde omstandigheden tot dit besluit hebben geleid. In een e-mail van dezelfde dag om 15.16 uur heeft [eiseres bij dagvaarding] aan Transavia meegedeeld dat sprake is van een overeenkomst tussen partijen en dat zij haar daaraan zal houden. In haar e-mail van 3 februari 2019 heeft [eiseres bij dagvaarding] dit nader toegelicht.

2.16.

In een e-mail van 4 februari 2019 van Met & Co aan [eiseres bij dagvaarding] staat, voor over van belang, het volgende:

(…)

Inmiddels begrijp ik dat er een kink in de kabel is gekomen en dat de oorzaak schijnbaar bij ons ligt. De brief die jullie per abuis is gestuurd ligt daar aan ten grondslag.

Nadat ik (…) vrijdagmorgen aan de telefoon heb gehad heb ik duidelijk aangegeven dat het een algemene brief was, die jullie als niet geschreven konden beschouwen. We waren er samen met Transavia en [eiseres bij dagvaarding] namelijk op een keurige manier uit. De enige discussie die m.i. resteerde, was de manier waarop wij ervoor gingen zorgen dat de overgang vlot en strak zou gaan verlopen.

[eiseres bij dagvaarding] zou dus de operations per 1 maart continueren en Met en Co zou in de periode naar 1 maart, samen met het implementatieteam van [eiseres bij dagvaarding] , zorgen dat alles vlot zou verlopen. Dit was ook de intentie na de diverse positieve gesprekken die wij met elkaar hebben gehad.

(…)

3 Het geschil

3.1.

[eiseres bij dagvaarding] vordert samengevat - Transavia op straffe van een dwangsom te gebieden de met haar gesloten overeenkomst na te komen en/of de overeenkomst op essentialia/kernbedingen na te komen en onderhandelingen met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid op te starten en af te ronden en/of opgestarte gesprekken of precontractuele onderhandelingen met derden te staken en/of te verbieden een overeenkomst te sluiten met een derde en/of uitvoering te geven aan een overeenkomst met een derde.

[eiseres bij dagvaarding] vordert daarnaast Transavia te veroordelen in de kosten van dit geding (inclusief nakosten).

3.2.

[eiseres bij dagvaarding] stelt daartoe dat op 28 januari 2019 een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Transavia heeft haar in het kader van een aanbesteding gedane aanbod telefonisch aanvaard en dat per e-mail bevestigd. Er bestond overeenstemming op alle onderdelen, mede op basis van de overgelegde gedetailleerde aanbestedingsdocumenten, dan wel op de essentialia (onder andere de scope en prijs). Transavia heeft alleen nog een voorbehoud gemaakt over de wijze waarop Met & Co zou aanhaken in verband met de naadloze overdracht van haar werkzaamheden aan [eiseres bij dagvaarding] . Voor zover dit een “keihard” voorbehoud betrof, heeft [eiseres bij dagvaarding] hier op 1 februari 2019 aan voldaan. Na het overleg op 30 januari 2019 in Den Haag had de implementatie kunnen starten. Transavia dient de overeenkomst na te komen, zodat [eiseres bij dagvaarding] 1 april 2019 kan starten met het crewvervoer. Door dat na te laten komt zij toerekenbaar tekort en lijdt [eiseres bij dagvaarding] schade.

3.3.

[eiseres bij dagvaarding] stelt verder dat Transavia haar vóór de totstandkoming van de overeenkomst had uitgenodigd voor een “presentatie”, nadat de door haar ingediende documenten akkoord waren bevonden. Transavia had daarna nog slechts twee vragen. Zij vroeg zich af hoe [eiseres bij dagvaarding] kon garanderen dat zij de overeenkomst bedrijfseconomisch op een verantwoorde wijze kan uitvoeren en zou voorkomen dat de overeenkomst op korte termijn om economische redenen wordt beëindigd. [eiseres bij dagvaarding] heeft deze vragen naar tevredenheid van Transavia beantwoord. [eiseres bij dagvaarding] was voor de uitvoering van de overeenkomst per 1 april 2019 niet afhankelijk van Met & Co. Zij hadden slechts afspraken gemaakt over de medewerking van Met & Co bij de overdracht. Weliswaar hebben [eiseres bij dagvaarding] en Met & Co de mogelijkheden verkend van overname/koop door [eiseres bij dagvaarding] van standalone contracten voor taxivervoer tussen Met & Co en andere opdrachtgevers, maar dit heeft nergens toe geleid.

Dat [eiseres bij dagvaarding] de opdracht alleen kon krijgen als zij het team van Met & Co zou overnemen, is onjuist. Tijdens het gesprek op 30 januari 2019 is het misverstand over de zinsnede in de e-mail van 28 januari 2019 luidend “tot overeenstemming komen met Met & Co” opgelost. Overeenstemming was niet nodig om de overeenkomst uit te voeren. Dit wordt bevestigd door de e-mail van Met & Co op 4 februari 2019.

3.4.

Transavia voert – kort samengevat – het verweer dat zij [eiseres bij dagvaarding] op 28 januari 2019 op basis van haar offerte van 21 januari 2019, een mondelinge toelichting en een bedrijfsbezoek heeft geselecteerd en uitgenodigd om in de week van 4 februari 2019 te starten met de contractonderhandelingen. Voorwaarden voor een definitief contract waren dat (i) hierover nog intern overleg zou plaatsvinden en (ii) [eiseres bij dagvaarding] met Met & Co overeenstemming zou bereiken over de overname van haar huidige crewvervoerteam dat bestaat uit circa 20 chauffeurs met auto’s en twee planners. Transavia had [eiseres bij dagvaarding] , die geen ervaring had met crewvervoer, immers alleen uitgenodigd een offerte uit te brengen vanwege deze op hand zijnde overname. Tijdens het bedrijfsbezoek op 25 januari 2019 heeft Transavia nogmaals aan [eiseres bij dagvaarding] te kennen gegeven dat haar offerte alleen wordt beoordeeld in combinatie met de overname van Met & Co. Toen [eiseres bij dagvaarding] tijdens het gesprek op 30 januari 2019 mededeelde dat de overname niet door zou gaan, heeft Transavia op 1 februari 2019 laten weten af te zien van de contractonderhandelingen. Op 30 januari 2019 is nog wel over alternatieven gesproken voor het wegvallen van Met & Co, bijvoorbeeld het aantrekken van een projectleider van Met & Co, maar dat gebeurde slechts in algemene bewoordingen en onder de voorwaarde van interne terugkoppeling. Van een overeenkomst tussen partijen is dan ook geen sprake. [eiseres bij dagvaarding] heeft slechts een offerte uitgebracht die op onderdelen nog moest worden ingevuld of aangevuld en intern binnen Transavia moest worden besproken.

3.5.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Een vordering tot nakoming kan in kort geding alleen worden toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van eiser zal volgen, bijvoorbeeld als gedaagde een kennelijk ongegrond verweer voert, en indien van eiser niet kan worden gevergd dat hij de uitslag van de bodemprocedure afwacht.

4.2.

De vordering tot nakoming strandt, omdat niet aannemelijk is geworden dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Uit de e-mail van 28 januari 2019, waaruit die overeenkomst zou moeten volgen, kan immers redelijkerwijs niet worden afgeleid dat Transavia de offerte van [eiseres bij dagvaarding] heeft aanvaard en dat daarmee overeenstemming tussen partijen was bereikt. Integendeel, uit de letterlijke tekst volgt dat die offerte voor Transavia slechts aanleiding was om de contractonderhandelingen met [eiseres bij dagvaarding] op te starten en dat zij in dat kader nog een meeting met haar interne stakeholders zou hebben. In de e-mail refereert Transavia bovendien aan “het tot overeenstemming komen met Met & Co” door [eiseres bij dagvaarding] . Dat dit geen ondergeschikt punt was blijkt uit de laatste aangehaalde zin, waarin Transavia zich het recht voorbehoudt om met nummer twee in gesprek te gaan, mocht het bereiken van die overeenstemming niet lukken.

4.3.

Ook als niet alleen naar de letterlijke tekst van de e-mail van 28 januari 2019 wordt gekeken, maar tevens wordt gelet op de overige omstandigheden van het geval, kan niet op voorhand worden vastgesteld dat partijen over en weer redelijkerwijs aan die e-mail de zin mochten toekennen dat reeds overeenstemming was bereikt. Partijen verschillen immers volledig van mening over wat werd bedoeld met de te bereiken overeenstemming tussen [eiseres bij dagvaarding] en Met & Co. Transavia voert aan dat zij alleen met [eiseres bij dagvaarding] in zee wilde gaan als die het huidige crewvervoerteam van Met & Co zou overnemen. De enige reden voor Transavia om [eiseres bij dagvaarding] nog uit te nodigen voor een offerte was immers dat Met & Co in januari 2019 meedeelde dat haar met de opdracht belaste team mogelijk door [eiseres bij dagvaarding] zou worden overgenomen. Dat zou een vloeiende overdracht met hetzelfde personeel garanderen, terwijl het gebrek aan ervaring met crewvervoer bij [eiseres bij dagvaarding] hiermee kon worden gecompenseerd. Dit uitgangspunt in combinatie met de inschrijving van [eiseres bij dagvaarding] maakte dat Transavia met haar in gesprek ging, aldus steeds Transavia. [eiseres bij dagvaarding] stelt zich daartegenover op het standpunt dat deze overname-eis haar volstrekt onbekend was. Zij heeft een “standalone” aanbieding gedaan en zij was slechts gehouden afspraken te maken met Met & Co voor een soepele overdracht. Met & Co heeft dat in haar e-mail van 4 februari 2019 bevestigd, aldus [eiseres bij dagvaarding] . Ook Transavia heeft in haar gesprek en e-mail van 30 januari 2019 slechts gewag gemaakt van betrokkenheid van Met & Co bij de implementatie. Een overname zoals door Transavia bedoeld, was bovendien onlogisch en lag ook uit financieel oogpunt niet voor de hand, aldus steeds [eiseres bij dagvaarding] .

4.4.

Het gaat hier om de inhoud van gesprekken onder vier ogen tussen [naam medewerker eiseres] van [eiseres bij dagvaarding] en [naam medewerker 1 Transavia] van Transavia, die daarover ook ter zitting nog een geheel verschillende lezing hadden. Zonder nader onderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent, kan niet worden vastgesteld welke lezing de juiste is. Mogelijk is ook dat zij elkaar verkeerd hebben begrepen. Omstandigheden die kunnen meebrengen dat de e-mail van 28 januari 2019 redelijkerwijs anders zou mogen worden begrepen dan zoals het er staat zijn dus niet vast te stellen. Dat Transavia een kennelijk ongegrond verweer voert op dit onderdeel kan evenmin worden vastgesteld. De vordering tot nakoming voldoet dan ook niet aan het onder 4.1 vermelde criterium en zal worden afgewezen. Het voorgaande betekent dat de overige vorderingen evenmin kunnen worden toegewezen.

4.5.

[eiseres bij dagvaarding] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Transavia worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiseres bij dagvaarding] in de proceskosten, aan de zijde van Transavia tot op heden begroot op € 1.619,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2019.

type: GHF coll: LO