Civiel recht overig

zorgmachtiging na voortzetting crisismaatregel toegewezen.

Rechtbank Amsterdam, 12 februari 2020

Zaakgegevens

Op 12 februari 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 februari 2020
Datum publicatie
6 maart 2020
Zaaknummer
679199 / FA RK 20-456
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. O. Bolluyt te Almere.
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:1537
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

zorgmachtiging na voortzetting crisismaatregel toegewezen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: 679199 / FA RK 20-456

kenmerk: OMZ399144

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 12 februari 2020 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. O. Bolluyt te Almere.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 31 januari 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • de medische verklaring d.d. 29 januari 2020;

  • de zorgkaart inclusief de bijlagen;

  • het zorgplan inclusief de bijlagen d.d. 28 januari 2020;

  • de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in artikel 5:15;

  • de gegevens, bedoeld in artikel 5:4, eerste lid, onderdelen b en c;

  • het door de geneesheer-directeur opgestelde voorstel voor een zorgmachtiging;

  • een uittreksel uit het in artikel 391 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde curateleregister.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2020, op de locatie Arkin, Ouderenkliniek, [locatie] .

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- mevrouw [naam] , arts.

1.3.

De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is.

2 De standpunten

2.1.

Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het goed met hem gaat. De verpleging vindt dat ook, nu hij eerst maar anderhalf uur alleen naar buiten mocht en nu langer. Betrokkene heeft voorts desgevraagd verklaard dat hij door gebruik van de medicatie geen last meer heeft van wanen. Hij wil nog wel dat er onderzoek gedaan wordt naar waar hij wel en niet tegen kan qua medicatie. Betrokkene heeft eerder al eens gemerkt erg suf te worden van de medicatie en stak dan zo de straat over. Betrokkene wil graag terug naar huis, maar snapt ook dat de stappen in het proces om terug te keren naar huis, zorgvuldig genomen dienen te worden.

De advocaat van betrokkene bepleit primair afwijzing van het onderhavige verzoek, nu niet aan de criteria voor een zorgmachtiging is voldaan. Betrokkene is bereid vrijwillig medicatie in te nemen. Daarnaast is geen sprake van ernstig nadeel. De financiële schade die genoemd wordt in de medische verklaring is niet langer aan de orde. Betrokkene ziet nu zelf ook in dat de straling waar hij in het verleden over sprak niet meer aan de orde is. Mocht de rechtbank een zorgmachtiging wel noodzakelijk achten, dan verzoekt de advocaat van betrokkene subsidiair tot verkorting van de zorgmachtiging tot maximaal zes weken.

2.2.

De arts verklaart dat bij betrokkene sprake is van late onset schizofrenie. Zij onderschrijft dat het beter gaat met betrokkene. Er wordt een positief effect van de medicatie waargenomen. Het blijft gelet op de voorgeschiedenis van betrokkene noodzakelijk dat hij medicatie blijft gebruiken. Van ernstig nadeel ten aanzien van betrokkene is sprake, nu hij geen last meer heeft van de straling en daarom geneigd kan zijn te stoppen met medicatie. Medicatiegebruik is echter een voorwaarde om met ontslag te kunnen. Het ambulante behandelteam is inmiddels ingeschakeld, maar de overgang moet wel veilig zijn. Er wordt voorts bekeken of de huidige medicatie de juiste medicatie is. Derhalve is het noodzakelijk dat betrokkene nog een tijdje gedwongen binnen de accommodatie verblijft, aldus de arts.

3 Beoordeling

3.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofrenie(spectrum)stoornis.

3.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  • levensgevaar;

  • ernstig lichamelijk letsel;

  • ernstige psychische, materiële, immateriële en financiële schade.

3.3.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

3.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:

  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;

  • beperken van de bewegingsvrijheid;

  • opnemen in een accommodatie.

3.5.

De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm van toedienen van vocht en voeding niet toewijzen, nu niet is gebleken dat betrokkene zich verzet tegen eten en/of drinken.

3.6.

De in het zorgplan genoemde zorg zal naar het oordeel van de rechtbank echter het ernstig nadeel niet kunnen wegnemen. Om die reden zal de rechtbank bepalen dat er tevens een andere vorm van verplichte zorg dient te worden verleend, te weten het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening. De rechtbank bepaalt dat het zorgplan dienovereenkomstig dient te worden gewijzigd.

3.7.

De rechtbank zal daarnaast de duur van verplichte zorg in de vorm van opnemen in een accommodatie en beperken van de bewegingsvrijheid bekorten, nu het, na verkregen inlichtingen tijdens de mondelinge behandeling, de verwachting is dat betrokkene binnen de te verlenen duur terug naar huis mag.

3.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

3.9.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

3.10.

Hetgeen namens/door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af

De rechtbank is van oordeel dat er wel degelijk sprake kan zijn van ernstig nadeel, zoals overwogen onder rechtsoverweging 3.2. Daarbij overweegt zij dat betrokkene op dit moment balanceert op een dun lijntje. Het gaat pas zeer recent beter met betrokkene. Gelet op zijn voorgeschiedenis, waarin hij zes jaar lang last heeft gehad van straling, met een (uiteindelijk) door wanhoop gedreven suïcidepoging tot gevolg. De rechtbank acht het derhalve noodzakelijk dat betrokkene langer kan profiteren van de structuur van de gesloten accommodatie teneinde een veilige terugkeer naar huis te bewerkstelligen.

3.11.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

4 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

  • toedienen van medicatie gedurende zes maanden;

  • het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening gedurende zes maanden;

  • beperken van de bewegingsvrijheid gedurende drie maanden;

  • opnemen in een accommodatie gedurende drie maanden.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 12 augustus 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 12 februari 2020 mondeling gegeven door mr. D. van den Brink, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J.M. Vos als griffier en op 21 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.