Civiel recht overig
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel (Wvggz)
Rechtbank Amsterdam, 29 januari 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:685 · Rechtbank Amsterdam · 29 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2020-685
Zaakgegevens
Op 29 januari 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 januari 2020
- Datum publicatie
- 5 februari 2020
- Zaaknummer
- 678966 / 20-354
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W. Plantema.
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:685
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel (Wvggz)
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: 678966 / 20-354
kenmerk: OMZ399663
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 29 januari 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
wonende te [plaats] , [adres] ,
verblijvende te Amsterdam, AMC,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.W. Plantema.
1 Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 januari 2020 heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 28 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 28 januari 2020;
- de medische verklaring d.d. 27 januari 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari 2020 in het gebouw van het AMC.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- advocaat van betrokkene;
- psychiater, de heer H.N. Sno;
- semiartsen, de heer J. de Jong en mevrouw A. Broekhuizen;
- verpleegkundigen Panos en Iris.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.
2 De standpunten
Betrokkene heeft op de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij in het AMC wil blijven omdat het thuis niet gaat en omdat er geen ziekenhuis bij haar in de buurt is dat gespecialiseerd is in psychiatrie. Betrokkene ziet in dat zij zorg nodig heeft. Zij wil zo snel mogelijk aansterken door middel van sondevoeding en daarna wil zij overgaan op vaste producten.
De advocaat van betrokkene heeft op de mondelinge behandeling geconcludeerd tot afwijzing van het onderhavige verzoek omdat betrokkene aangeeft dat zij vrijwillig in het AMC wil blijven en vanaf nu volledig mee zal meewerken.
Semiarts De Jong, die het woord namens de psychiater voerde, heeft op mondelinge behandeling medegedeeld dat betrokkene de afgelopen tijd ernstig is vermagerd met ernstige lichamelijke klachten tot gevolg. Er is sprake van een verstoring van het lichaam waarbij haar vitale functies ernstig zijn bedreigd. Dit moet in orde worden gebracht. Daarnaast heeft betrokkene een zeer beperkt ziekte-inzicht. Zij heeft in het verleden sondevoeding geweigerd waarna deze onder dwang via een crisisdienst was toegediend. Hierdoor kwam betrokkene in een levensbedreigende situatie terecht. Dit maakt dat een rechterlijke machtiging noodzakelijk is, aldus de semiarts. De semiarts merkt tot slot op dat het uitoefenen van toezicht op betrokkene als vorm van verplichte zorg niet is verzocht maar in het geval van betrokkene wel noodzakelijk is. Dit omdat betrokkene veel vocht verliest en haar calorie-inname om de vijftien minuten wordt gecontroleerd.
3 De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in vorm van Anorexia Nervosa van het restrictieve type. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank ziet conform hetgeen de semiarts naar voren heeft gebracht op de mondelinge behandeling en in aanvulling op het verzoek van de officier van justitie aanleiding om de volgende vormen van verplichte zorg toe te wijzen:
toedienen van vocht, voeding en medicatie;
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
4 Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , voor zover het de in rechtsoverweging 3.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 februari 2020.
Deze beschikking is op 29 januari 2020 mondeling gegeven door M.I. Heyning, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door M. Amarki als griffier, en op 31 januari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.