Civiel recht overig
Vorderingen tot verdeling gezamenlijk eigendom en teruggave/bruikleen. De vorderingen worden afgewezen, omdat…
Rechtbank Amsterdam, 25 februari 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:2343 · Rechtbank Amsterdam · 25 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2021-2343
Zaakgegevens
Op 25 februari 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 februari 2021
- Datum publicatie
- 11 mei 2021
- Zaaknummer
- C/13/685108 / HA ZA 20-597
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:2343
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vorderingen tot verdeling gezamenlijk eigendom en teruggave/bruikleen. De vorderingen worden afgewezen, omdat sprake is van schenkingen. Mondeling vonnis.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
Zaaknummer/rolnummer C/13/685108 / HA ZA 20-597
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 25 februari 2021
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser sub 1]
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [eiser sub 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisers,
verweerders in voorwaardelijke reconventie,
advocaat mr. K.Chr. Spee te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in voorwaardelijke reconventie,
advocaat mr. S.G.H. Langeweg te Koog aan de Zaan.
Partijen worden hierna [eiser sub 1] , [eiser sub 2] (tezamen: [eisers] en [gedaagde] genoemd.
Tegenwoordig zijn mr. T.H. van Voorst Vader, rechter, en mr. C.E.P. Honing, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
- [eiser sub 2] , mede als bestuurder van [eiser sub 1] ,
- mr. Spee voornoemd,
- [gedaagde] en
- mr. Langeweg voornoemd.
In deze zaak heeft heden een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan afzonderlijk proces verbaal wordt opgemaakt. De rechter heeft bepaald dat de uitspraak mondeling zal worden gedaan.
De rechter doet de volgende uitspraak.
1 De gronden van de beslissing
Het geschil
Het gaat in deze zaak om het volgende. [eiser sub 2] is middellijk bestuurder en aandeelhouder van [eiser sub 1] . Op 21 februari 2019 is van de bankrekening van [eiser sub 1] een bedrag van € 12.000,- (inclusief btw) overgemaakt naar de bankrekening van juwelier Schaap & Citroen ter zake van de aanschaf van een Rolex horloge (hierna ook: het horloge). Dit horloge bevindt zich bij [gedaagde] .
Op 31 januari 2020 is een overeenkomst gesloten voor de aankoop van een auto van het merk Mini (John Cooper Works) met kenteken [kenteken] (hierna ook: de auto). De aankoopnota staat op naam van [gedaagde] . De aankoopprijs bedroeg inclusief btw € 33.500,-. Een bedrag van € 9.500,- is voldaan door inruil van de Volkswagen Polo van [gedaagde] . Het resterende bedrag van € 24.000,- is betaald vanaf de bankrekening van [eiser sub 1] . De auto bevindt zich vanaf de aanschafdatum tot heden bij [gedaagde] . De auto en de verzekering voor de auto staan op naam van [gedaagde] .
Volgens [eisers] is het horloge in bruikleen gegeven aan [gedaagde] en is de auto gezamenlijk eigendom. [eisers] vorderen de afgifte van het horloge door [gedaagde] , op straffe van verbeurte van een dwangsom, en ten aanzien van de auto primair de verkoop en subsidiair dat [gedaagde] € 24.000,- aan [eiser sub 1] betaalt.
[gedaagde] voert als verweer dat de auto en het horloge aan haar zijn geschonken.
Beoordeling
[gedaagde] is de bezitter van de auto. Het is aan [eiser sub 1] om te stellen en te bewijzen dat de auto gezamenlijk eigendom is van [gedaagde] en [eiser sub 1] . Uit de Whatsapp berichten blijkt niet van een afspraak tot gemeenschappelijke aankoop door [eiser sub 1] en [gedaagde] . Wel blijkt daaruit dat [eiser sub 2] het initiatief heeft genomen en dat hij de auto van [gedaagde] , die hij had meegenomen voor reparatie, heeft ingeruild om bij te betalen voor een nieuwe auto. Uit de berichten blijkt ook de bedoeling van [eiser sub 2] om de auto kado te doen. Dat kado, bestaande uit de cash bijdrage in aanvulling op de inruilwaarde van de auto van [gedaagde] , is aanvaard door [gedaagde] . Daarmee is de schenking die cash betaling. De inruiling van de auto vn [gedaagde] doet geen afbreuk aan het ‘om-niet karakter’ van deze schenking. Van een verkrijging bij wege van gemeenschappelijk bezit is geen sprake. Dat betekent dat de auto (voor zover niet door middel van inruiling betaald) is geschonken aan [gedaagde] .
Het horloge is geschonken als verjaardagskado, althans daar heeft het gezien de foto’s alle verschijningsvormen van. [eiser sub 2] stelt dat partijen een afspraak hebben gemaakt over bruikleen. Die afspraak wordt stellig betwist door [gedaagde] . Het bestaan van die afspraak wordt slechts ondersteund door de verklaring van [betrokkene] . [betrokkene] verklaart slechts over hetgeen [eiser sub 2] hem heeft verteld en voegt niets toe aan de verklaring van [eiser sub 2] zelf. Daarmee is de bruikleenoverenkomst niet vast komen te staan. Dat betekent dat het horloge is geschonken aan [gedaagde] .
Conventie
Het voorgaande betekent dat de vorderingen in conventie worden afgewezen.
[eisers] worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot op heden begroot op:
-
griffierecht € 83,00
-
salaris advocaat € 1.126,00 (2 punten x tarief € 563,-)
Totaal € 1.209,00
De nakosten worden als volgt in de beslissing toegewezen.
Reconventie
De voorwaardelijke vordering in reconventie is ingetrokken. Verder is bevestigd dat het beslag op de auto is opgeheven. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten in (voorwaardelijke) reconventie van [eisers] , tot op heden begroot op € 563,00 (2 punten × 0,5 × € 563,00).
2 De beslissing
De rechtbank
in conventie
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eisers] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot op heden begroot op € 1.209,00 en
veroordeelt [eisers] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak en
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eisers] ., tot op heden begroot op € 563,00 en
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak en
verklaart de kostenveroordelingen onder 2.5 en 2.6 uitvoerbaar bij voorraad.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.