Civiel recht overig

gebrekkige aanzegging in dagvaarding; de wijze waarop gedaagde kan antwoorden

Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
4 juli 2024
Zaaknummer
11132908 \ CV EXPL 24-5891
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:3982
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

gebrekkige aanzegging in dagvaarding; de wijze waarop gedaagde kan antwoorden

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Kenmerk : CV 24-5891

Datum : 2 juli 2024

178

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:

de besloten vennootschap Schut Notarissen B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam

eiseres

gemachtigde: Koning en De Raadt B.V.,

t e g e n:

The Pool Agency B.V.,

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

niet verschenen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- een dagvaarding van 21 mei 2024

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

  1. De dagvaarding bevat, kennelijk ter voldoening aan het bepaalde in artikel 111 lid 2 onder g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV) onder meer het volgende:
    MET AANZEGGING DAT:
    (…)
    - conclusies en akten (in tweevoud) worden genomen ter terechtzitting van wel door indiening ter griffie voor de roldatum.
    (…)
    - dat conclusies en akten ook mondeling ter zitting kunnen worden genomen.

  2. Op grond van artikel 111 lid 2 onder g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV) dient het exploot van dagvaarding onder meer de wijze waarop gedaagde op de vordering kan antwoorden te vermelden zoals bepaald in artikel 82 eerste en tweede lid RV.

  3. In artikel 82 eerste en tweede lid RV staat kort samengevat dat conclusies en akten ter terechtzitting kunnen worden genomen dan wel door indiening ter griffie vóór de roldatum, terwijl deze conclusies en akten ook mondeling kunnen worden genomen.

  4. Bovengenoemde bepalingen in onderlinge samenhang beschouwd, moeten aldus worden gelezen dat in de dagvaarding moet worden vermeld dat gedaagde kan antwoorden op de wijze zoals in het algemeen conclusies en akten kunnen worden genomen, namelijk schriftelijk of mondeling en verder als omschreven in artikel 82 RV. Het gaat er dus - kort gezegd - om dat eiseres aan gedaagde aanzegt dat deze kan antwoorden op de vordering en wel schriftelijk ter terechtzitting hetzij door voorafgaande indiening of mondeling ter terechtzitting (dus op de wijze waarop als bepaald in artikel 82 Rv). Door echter alleen de inhoud van artikel 82 Rv te herhalen geeft eiseres niet meer dan de algemene regel voor het indienen van conclusies en aktes zonder aan te zeggen dat dit de wijze (schriftelijk of mondeling) is waarop gedaagde kan antwoorden en zelfs helemaal niet aanzegt dat gedaagde kan antwoorden. Daarmee heeft eiseres in de onderhavige zaak niet aan de in artikel 111 lid 2 onder g gestelde eisen voldaan. Van een gedaagde partij mag niet steeds worden verwacht dat hij of zij een dergelijke algemene regel zelf vertaalt als een mogelijkheid om schriftelijk of mondeling te antwoorden en dat een antwoord moet worden gezien als een conclusie als bedoeld in artikel 82 Rv.

  5. Dat betekent dat er sprake is van een gebrek aan de dagvaarding dat nietigheid meebrengt.

  6. Nu gedaagde niet in de procedure is verschenen wordt aan eiser een gelegenheid gegeven tot herstel van het gebrek. Eiseres kan dit doen door gedaagde bij exploot op te roepen tegen onderstaande rolzitting onder verwijzing naar de dagvaarding en met herstel van het gebrek. Eiseres dient bij het herstelexploot bovendien dit vonnis aan gedaagde te betekenen. Eiseres dient bij het uitbrengen van het herstelexploot zich te houden aan de voor dagvaarding geldende termijnen en overige voorschriften.

  7. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

draagt eiseres op om gedaagde bij exploot op te roepen tegen de openbare civiele terechtzitting van 30 juli 2024 om 10.00 uur zoals hierboven overwogen.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter