Civiel recht overig

Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Amsterdam, 14 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Datum publicatie
19 oktober 2025
Zaaknummer
10891526 \ TB EXPL 24-1
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:7711
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

zorgbulk tussenvonnis

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10891526 \ TB EXPL 24-1

Vonnis van 14 oktober 2025

in de zaak van

de naamloze vennootschap

MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Wageningen,

eisende partij,

gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 januari 2024, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij vordert gedaagde partij te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 269,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke kosten.

2.2.

Eisende partij stelt dat gedaagde partij via de website van Menzis een zorgverzekeringsovereenkomst met haar heeft gesloten en heeft het toepasselijke polisblad overgelegd. De toepasselijke algemene voorwaarden zijn bij de rechtbank gedeponeerd en zij heeft in de dagvaarding het beding waarop zij een beroep kan doen geciteerd en zich uitgelaten over de eerlijkheid daarvan. Eisende partij heeft verder een specificatie overgelegd van de door haar gevorderde hoofdsom en een veertiendagenbrief.

2.3.

De specificatie is in de dagvaarding verder niet toegelicht, maar daaruit wordt opgemaakt dat de hoofdsom bestaat uit premie basisverzekering over de maanden april en mei 2023.

2.4.

Nu de overeenkomst op afstand tot stand is gekomen tussen een handelaar en een consument moet (anders dan eisende partij stelt) ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht, waaronder de richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (93/13/EG).

2.2.

Om deze toetsing te kunnen uitvoeren moet eisende partij ook toelichten wanneer en hoe de verzekeringsovereenkomst en de toepasselijke voorwaarden aan gedaagde partij zijn toegezonden, of dit is gebeurd op een duurzame drager en of gedaagde partij in de gelegenheid is gesteld de overeenkomst te ontbinden zoals is bepaald in artikel 6:230x lid 1 BW. Eisende partij zal daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld.

2.3.

Eisende partij zal dit in het vervolg reeds bij de dagvaarding moeten doen. Wanneer de stukken en/of deze toelichting ontbreekt, kan dat in het vervolg leiden tot afwijzing van de vordering wegens het niet voldoen aan de stelplicht.

2.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 11 november 2025 om 14.00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij als hiervoor is overwogen;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.

811